Jordanie
14 tot 21 November 2009
![]()
FRANK DEVOS REIZEN
o.l.v. Karel en Lutgarde Demuynck - Roose
Kerngegevens
Geografie
Ligt in het Midden-Oosten en heeft meer dan 6 miljoen inwoners
waarvan er ongeveer 1,7 miljoen in de hoofdstad Amman wonen. Het
belangrijkste geloof in Jordanië is de Islam en het Arabisch is
de voornaamste voertaal, maar op de toeristische plaatsen en in de
grote steden wordt ook vaak Engels gesproken.
Jordanië
grenst in het westen aan Israël, in het Noorden aan Syrië,
in het Noordoosten aan Irak en in het Zuidoosten en het Zuiden aan
Saudi-Arabië. In het Noordwesten ligt de Dode Zee, die ligt 420
meter onder zeeniveau en is daarmee het laagste punt op aarde. In het
Zuidwesten ligt de Rode Zee, met een uitloper richting Aqaba, via de
Golf van Aqaba. Het heeft een mediterraan en woestijnklimaat wat
betekent dat er hete, droge zomers zijn, en relatief koude
winters.
Ongeveer 91% van het land is woestijn (in het Oosten)
en slechts 6% is geschikt voor landbouw. De belangrijkste
handelspartners voor Jordanië zijn de USA, Irak China, Duitsland
en India. Wat opvalt is dat Jordanië geen eigen oliebronnen
heeft en dus afhankelijk is van de invoer van olie en gas. Nog wat
informatie over de Jordaanse bevolking: 91% kan lezen en schrijven,
Jordanië heeft daarmee het hoogste percentage geletterde
volwassenen in de Arabische wereld. Toegang tot onderwijs en
gezondheidszorg is over het algemeen genomen goed, en de
mensenrechtensituatie wordt redelijk positief beoordeeld, zeker in
vergelijking met andere landen in de regio.
Geschiedenis
Oudheid en Middeleeuwen
De allereerste tekenen van menselijk leven dateren van zo’n 10.000 jaar geleden, het stenen tijdperk.
Ca. 6000 jaar v.Chr werd Jericho gesticht, een van de oudste steden ter wereld.
Tijdens het bronzen tijdperk (1950-1200 v.Chr.) werd de bevolking weer nomadisch en de invloed van het
Egypte van de farao’s werd steeds groter. Korte tijd heerste er zelfs een farao, Toethmosis III
(1479-1425 v.Chr.), over het huidige Jordanië, dat toen onderdeel was van het rijk Kanaän, dat verder
bestond uit Syrië en Israël.
In 1230 v.Chr. werden er in Jordanië drie onafhankelijke staten gesticht: Ammon in het noorden, Edom
in het zuiden en daartussenin Moab. De opkomst van deze staten kan verklaard worden door de aanwezigheid
van handelswegen met het Arabisch schiereiland, zoals de wierookroute naar Jemen.
Deze handel legde de drie staten geen windeieren, maar ze werden regelmatig veroverd, door bijvoorbeeld
Assyriërs (732 v.Chr.), Babyloniërs (612 v.Chr.), en Perzen (539 v.Chr.).
In 330 v.Chr. werd Jordanië veroverd door Alexander de Grote. Bestaande steden werden gehelleniseerd
(de officiële taal was bijvoorbeeld Grieks) en er werden nieuwe steden gesticht.
In Zuid-Jordanië ontstond in die tijd het rijk van de Nabateeërs met als hoofdstad Petra. In 85 v.Chr.
had dit rijk zich uitgebreid van Mekka en Medina tot aan Damascus in Syrië.
In het jaar 64 n.Chr. werd Jordanië door de Romeinen veroverd en ontstond er een machtige handelsfederatie na
het samengaan van een tiental handelssteden, genaamd Decapolis (Volgens Plinius de oudere: Scythopolis
(Bet She'an, Israel), Hippos ,Gadara , Raphana, Dion, Pella, Gerasa, Philadelphia (Amman, Jordanie), Canatha, en
Damascus)
Na de Romeinen werd Jordanië bezet door de Byzantijnen (324-636) en maakte opnieuw een culturele en
economische bloeiperiode door.
Ook toen het Jordaanse grondgebied door moslimlegers uit Arabië was veroverd na de Slag bij Yarmuk in
636 bleef het goed gaan. Zo lag Jordanië centraal tussen de hoofdstad van het Arabische moslimrijk,
Damascus, en tussen Mekka, de stad waar veel moslims als pelgrim naar toe gaan. Geleidelijk aan werd de
officiële taal Arabisch en de islam de heersende godsdienst.
In de 9e eeuw werd Jordanië weer een stuk teruggeworpen in de vaart der volkeren. De hoofdstad van
het moslimrijk werd Bagdad en de handel door de woestijn werd vervangen door de handel via de Rode Zee.
Van Ottomaans grondgebied tot Brits mandaatgebied en onafhankelijkheid
In 1516 werd het gebied veroverd door de Ottomaanse Turken, maar ondanks een heropleving door een
nieuwe pelgrimsroute naar Mekka, bleef Jordanië tot in de 19e eeuw een uithoek van het Ottomaanse rijk.
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Jordanië min of meer zijn huidige vorm.
Toen WO I voorbij was en de Turken verslagen waren, werd het Ottomaanse Rijk ontmanteld.
Volgens de afspraken, gemaakt in het geheime Sykes Picot verdrag, werd de provincie Groot Syrië en
Palestina van het Ottomaanse Rijk verdeeld in een Britse en in een Franse invloedsfeer: Syrië en
Libanon kwamen onder Frans bestuur; (het huidige) Israël , Jordanië en Irak onder Brits gezag.
In 1921 werd het gebied aan de oostelijke kant van de Jordaan, Transjordanie, afgescheiden.
Het bleef weliswaar deel uitmaken van het Britse mandaatgebied, maar Abdullah, zoon van de sharif
van Mekka, mocht er een prinsdom stichten, een emiraat.
In 1946 werd Transjordanie, na de terugtrekking van de Britten, een onafhankelijk koninkrijk:
het Hashemitisch Koninkrijk Jordanie (de Hasjemieten zijn directe afstammelingen van de profeet Mohammed).
Het mandaatgebied ten westen van de Jordaan werd in 1947 verdeeld in een Joods en in een Palestijns deel.
Op 14 mei 1948 werd de staat Israël uitgeroepen.
Alle Arabische buurlanden, Egypte, Libanon, Syrië en Irak verklaarden Israël de oorlog. Koning Abdullah I schaarde zich
onder de Arabische staten die zich tegen de jonge Joodse staat keerden. Het is niet waarschijnlijk dat hij een oorlog wilde.
Als aangrenzende staat kon hij immers het meest de negatieve effecten van de oorlog voor zijn koninkrijk verwachten, maar nee
zeggen tegen de collectieve woede van de Arabische wereld zou hem in een isolement gedreven hebben.
Ook hij ging dus met Israél de oorlog, maar wel met tegenzin.
Het was dan ook Abdullah die in de jaren na de oorlog, veel stille diplomatie met Israël heeft bedreven.
Regelmatig werd Allenby Bridge overgestoken voor geheim overleg met de Joodse leiders. Het leidde
uiteindelijk tot zijn dood, net als premier Rabin van Israel in 1995, werd Abdullah door iemand uit
zijn eigen kamp vermoord in 1951 omdat hij zou collaboreren met Israël.
Hij werd opgevolgd door zijn achttienjarige kleinzoon Hoessein, die op 11 augustus 1952 tot koning
werd uitgeroepen. Al eerder was gebleken dat Abdullah´s zoon Talal vanwege gezondheidsredenen
ongeschikt was om te regeren.
Een ander essentieel moment in de geschiedenis: de zesdaagse oorlog in 1967.
Onder druk van de Arabische landen
nam Jordanie in juni 1967 deel aan de Zesdaagse Oorlog tegen Israël die echter desastreus afliep voor de Arabische coalitie.
Egypte verloor de Sinaï, Syrië de Golan-hoogvlakte, Jordanië de Westoever van de Jordaan en kreeg er bovendien nog eens
ca. 300.000 Palestijnse vluchtelingen bij. Deze hielden zich niet stil, Het land kwam steeds meer in de problemen door de
voortdurende aanvallen van Palestijnse guerrillastrijders tegen Israël. De Jordaanse economie stortte in, een van
de meest veelbelovende economieën in de Arabische wereld, mede door het verlies van de vruchtbare gronden
van de Westelijke Jordaanoever.
Door het verlies van de heilige christelijke, islamitische en joodse plaatsen verloor het land belangrijke
inkomsten uit toerisme, buitenlandse investeringen kwamen op een laag pitje te staan en ontwikkelingsprojecten werden
op de lange baan geschoven.
Koning Hoessein besloot al zijn energie aan te wenden voor de wederopbouw van zijn land, voor een
rechtvaardige en duurzame vrede. Niet alleen voor de Palestijnen in zijn land, maar voor de stabiliteit
in de hele regio. Deze inzet is tekenend voor de rol die koning Hoessein speelde in de regio.
In 1978 trouwde koning Hoessein met een vrouw van Arabisch-Amerikaanse afkomst, zij werd Koningin Noor Al Hoessein.
In de Eerste Golfoorlog tussen Irak en Iran (1980-1988) koos Jordanië de zijde van Irak en verleende dat
land vooral logistieke steun. Dit leidde tot ernstige spanningen met het buurland Syrië. Sinds 1986 vond
er echter weer een voorzichtige toenadering tot Syrië plaats. De banden met Irak bleven echter nauw, niet
in het minst doordat Irak Jordanië van (goedkope) aardolie voorzag.
Pogingen van koning Hoessein om zijn aanhang op de Westelijke Jordaanoever te vergroten en geheime
onderhandelingen met de Israëlische minister Peres, leidden niet tot concrete resultaten. In december
1987 brak de ‘intifada’ uit, de Palestijnse opstand in de bezette gebieden. Als gevolg hiervan deed
Hoessein op 30 juli 1988 officieel afstand van de Westelijke Jordaanoever.
Door de olierijkdom van Irak raakten beide landen financieel en economisch met elkaar vergroeid. Toen
Irak op 2 augustus 1990 Koeweit binnenviel, werd Jordanië dan ook in het conflict meegesleurd.
De (Palestijns) Jordaanse bevolking vond de anti-Israëlische en anti-Amerikaanse houding van de
Iraakse president Saddam Hoessein prachtig en Hoessein kon dit niet negeren. Hij probeerde nog wel
te bemiddelen in het conflict maar vooral de relatie met de Golfstaten en Saoedi-Arabië verslechterde
aanzienlijk, ook toen Irak duidelijk aan de verliezende hand was.
Na de tweede Golfoorlog werden de relaties met het Westen weer beter. Het vredesproces tussen Israël
en de Arabische buurlanden, dat in oktober 1991 in gang werd gezet, was gunstig voor Jordanië, dat al
die tijd al contact was blijven behouden met Israël. Ook de relatie met de Verenigde Staten werden hersteld
Op 26 oktober 1991 volgde een nieuw hoogtepunt, de ondertekening van het vredesverdrag tussen Jordanië en Israël.
Koning Hoessein nam in 1995 duidelijk afstand van het bewind van Saddam Hoessein in Irak, die hij ten
tijde van de Tweede Golfoorlog nog als een politieke vriend had beschouwd.
Begin 1999 maakte koning Hoessein een einde aan een paleiscoup; zijn broer kroonprins Hassan werd als
troonopvolger ontslagen ten gunste van zijn zoon Abdullah.
Op 7 februari overleed Hoessein en zijn zoon werd als Abdullah II beëdigd tot de nieuwe koning. Koning
Hoessein heeft van 1952 tot aan zijn dood in 1999 zijn land geregeerd, hij wordt wel de vader van het
moderne Jordanië genoemd.
Abdullah II zet het buitenlands beleid van zijn vader in grote lijnen voort en ondersteunt het vredesproces
tussen Israël en de Palestijnen.
Staatsinrichting
Aan het hoofd van het koninkrijk Jordanië staat een constitutionele monarch die onschendbaar is.
De troonopvolging is erfelijk bepaald en voorbehouden aan mannen. De uitvoerende macht berust bij de
koning, die de minister-president benoemt en kan ontslaan en opperbevelhebber van het leger is.
De wetgevende macht berust bij de koning en de Nationale Vergadering, die grondwettelijk bestaat uit
een Senaat, bestaande uit 40 door de koning voor acht jaar benoemde prominente persoonlijkheden, die
ouder moeten zijn dan 40 jaar en een Huis van Afgevaardigden, bestaande uit 80 gekozen leden.
Zij worden voor 4 jaar via algemene verkiezingen gekozen. In juli 2001 werd er een nieuwe kieswet aangenomen,
waarin opgenomen werd dat het aantal zetels in het Huis van Afgevaardigden zal worden uitgebreid tot 104.
Daarnaast werd het aantal kiesdistricten uitgebreid van 21 naar 45.
Het parlement heeft de bevoegdheid wetsvoorstellen, ingediend door de minister-president, af te wijzen.
Als een wetsvoorstel door het parlement wordt aanvaard, dan wordt het voorstel ter goudkeuring aan de koning
voorgelegd.
De ministerraad is verantwoording schuldig aan het parlement, en het parlement heeft het
recht het kabinet tot aftreden te dwingen. De koning kan dan weer besluiten om het parlement weer bij
elkaar te roepen en te ontbinden, en om verkiezingen uit te schrijven of uit te stellen.
Er is (volgens de grondwet) algemeen kiesrecht. Vrouwen kregen pas in 1973 actief en passief kiesrecht en
in 1993 werd er ook een vrouw in het parlement gekozen. De kiesgerechtigde leeftijd is 18 jaar.
In 1991 kwam een einde aan een periode van ruim dertig jaar waarin de vorming van politieke partijen
verboden was. Via de aanvaarding van een nationaal handvest werd in juni officieel het meerpartijenstelsel
aanvaard. In 1993 mochten er voor het eerst politieke partijen meedoen aan de verkiezingen.
Het kiesstelsel was echter zó ingewikkeld, dat de partijen weinig kans hadden om in het parlement te komen.
Jordanië telt 12 districten of ‘liwas’, die onderverdeeld zijn in subdistricten of ‘qudas’.
De stadsbesturen worden lokaal gekozen, de burgemeesters worden door de regering benoemd.
Bevolking
Jordanië wordt voor negentig procent bevolkt door moslims, maar moslimextremisten vindt men hier niet.
In het Midden-Oosten staat Jordanië bekend als een gematigd land met een smeltkroes van culturen.
Bijna tweederde van de inwoners bestaat uit Palestijnen, die uit alle delen van het Midden-Oosten
komen.
Verder wonen er gematigde Arabieren uit Syrië, Irak en Egypte. Zelfs Armeniërs en Tsjetsjenen
hebben er hun eigen gemeenschappen.
De Palestijnen wonen vooral in de grote steden in het noorden en
noordwesten, waar ze vaak belangrijke functies vervullen.
De bevolkingsdichtheid in het noorden
en noordwesten is steeds aanmerkelijk groter geweest dan in de overige delen van het land.
De oorspronkelijke bewoners van de Oostoever zijn voornamelijk bedoeïenen; van hen leidt echter nog
maar een derde een nomadisch bestaan. In de woestijn, in het oosten en vooral in de woestijn Wadi
Rum leven nu nog een paar tientallen duizenden bedoeïenen.
Deze gematigde samenleving is een verdienste van het Hashemitische koningshuis dat sinds 1946 de macht
in Jordanië in handen heeft. De in 1999 overleden koning Hoessein loodste het land vanaf de jaren vijftig
veilig door alle turbulentie van de vorige eeuw: de Koude Oorlog, twee oliecrises, twee Golfoorlogen
(waarin het land voor de westelijke alliantie koos) en zelfs het gewapende conflict met Israël.
Jordanië
is het enige Arabische land dat diplomatieke betrekkingen onderhoudt met Israël, wat in 1994 leidde tot een
vredesverdrag. Het portret van koning Hoessein prijkt nog steeds naast dat van zijn zoon Abdullah in de
theehuizen, hotels, banken en scholen.
De afgelopen tachtig jaar heeft Jordanië een enorme bevolkingsexplosie meegemaakt, van 586.000 inwoners
in 1954 tot 5,5 miljoen in 2004. Na de Tweede Golfoorlog keerden vele Jordaanse gastarbeiders terug naar
hun land en groeide de bevolking met meer dan zes procent per jaar.
Levensverwachting: mannen 75,42 jaar en vrouwen 80,5 jaar.
De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 60 inwoners per km².
Godsdienst
Sinds de invoering van de grondwet in 1952 is de islam staatsgodsdienst. Ruim 93% van de bevolking is de
soennitische richting van de islam toegedaan, 3% zijn sji'ieten.
In de dagelijkse praktijk is de islam in Jordanië niet zo streng als in sommige buurlanden.
Naast islamieten telt het land een aantal christelijke groepen: grieks-orthodoxen, grieks-katholieken,
rooms-katholieken, Syrisch orthodoxen, koptisch-orthodoxen en enige protestanten (lutheranen, anglicanen),
samen ca. 5% van de bevolking.
In het noorden wonen een klein aantal Druzen. Druzen zijn ismaëlieten die geloven dat de ‘verborgen imam’
niemand minder is dan de stichter van hun sekte, met name de Egyptische kalief Al-Hakim, die leefde in de
10e eeuw. De Druzen beoefenen een geheim en complex sjiitisme voor ingewijden en ze hebben niet de intentie
om anderen te bekeren.
Verder zijn er nog wat aanhangers van de bahai-religie en samaritanen, een religie die lijkt op het jodendom.
Zij wonen vooral in de steden Kerak, Madaba en As-salt.
Landbouw, industrie, handel
Met het wegvallen van de Westoever door de oorlog van 1967 gingen zowel de belangrijke inkomsten uit de
daar gevestigde en relatief hoog ontwikkelde landbouw als uit het snel groeiende toerisme (Jeruzalem en Bethlehem)
verloren. In deze verliezen werd slechts gedeeltelijk voorzien door schenkingen en leningen van Arabische
aardolieproducerende landen.
Circa 12% van het Jordaanse grondgebied is geschikt voor landbouw. Ongeveer 7% daarvan wordt kunstmatig bevloeid.
Bij de oorlog van 1967 verloor Jordanië het belangrijkste landbouwgebied, de Westelijke Jordaanoever.
Vanaf 1970 werd gewerkt aan verbetering van de landbouw in het vruchtbare oostelijke Jordaandal.
Grote irrigatieprojecten hebben ongeveer 5% van de grond in cultuur gebracht. Dit gebeurt via het Ghorkanaal,
ten oosten van de Jordaan, en het Talal-stuwmeer in de Zarqa. Het heuvelland rondom Ajlun is agrarisch
ook belangrijk door een regelmatige regenval en een aantal bronnen. Dankzij het gunstige klimaat zijn er
tegenwoordig twee of meer oogsten per jaar mogelijk.
Toch blijft de landbouw van ondergeschikt belang. Ongeveer 5% van de beroepsbevolking is werkzaam in deze sector.
Fruit en groenten als tomaten, meloenen, citrus zijn de belangrijkste gewassen van de Jordaanse landbouw en worden
geëxporteerd, vooral naar de Perzische-Golfstaten en Saoedi-Arabië. Andere belangrijke landbouwproducten zijn tarwe,
gerst, komkommers, meloenen, druiven en olijven.
De veehouderij is veelal geconcentreerd in de vruchtbare gebieden, waar runderen, paarden en kippen gefokt worden.
Kamelen, schapen en geiten vindt men in de droge gebieden van het land, waar deze dieren worden geweid door
nomaden en halfnomaden.
Visserij wordt in de Golf van Aqaba bedreven en voorziet in ca. 20% van de binnenlandse behoefte.
Behalve fosfaat bezit het land nauwelijks of geen delfstoffen. Andere delfstoffen die (in kleine hoeveelheden)
worden gewonnen of waarvan de aanwezigheid is aangetoond, zijn marmer, kaliumcarbonaat, steenzout, kalksteen,
pyriet, mangaan, gips, kopererts en potassium of kalium.
Potassium wordt gewonnen aan de zuidkant van de Dode Zee.
Het mineraalhoudende water wordt in grote bekkens verdampt, waarna het potassiumhoudende zout overblijft.
Dat wordt in Safi verwerkt en op dit moment is Jordanië de grootste potassiumleverancier ter wereld met ca.
20 miljoen ton per jaar. Potassium wordt gebruikt als grondstof voor onder meer kunstmest, medicijnen en verf.
Er zijn kleine aardolievelden bij Azraq en aardgas is aangetroffen bij Ar Risha. De hoeveelheden olie en aardgas
zijn echter te gering en hebben daardoor geen handelswaarde.
Al sinds het verleden is de Jordaanse energievoorziening volledig afhankelijk van aardolieleveranties uit de
Arabische landen.
In de jaren zeventig echter zijn tezamen met irrigatieprojecten hydro-elektrische installaties
operationeel geworden. De bedoeling was de aardoliebehoefte ten behoeve van de energie hierdoor steeds verder
terug te dringen.
Overigens wordt de Jordaanse industrie gekenmerkt door het grote aantal kleine en middelkleine bedrijven, die
actief zijn in de voedselverwerking of allerhande producten vervaardigen voor de lokale markt.
De uitvoer van fosfaat en kunstmest, groente en fruit is de belangrijkste bron van inkomsten. De export is
vooral gericht op Irak en Saoedi-Arabië en in mindere mate op Egypte, India en Pakistan.
Geïmporteerd wordt vooral uit Duitsland, de Verenigde Staten, Italië, China, Frankrijk en tot aan de oorlog ook Irak.
Eten en drinken
Jordanië werd tot 1948 voornamelijk bewoond door bedoeïnen; een nomadische bevolking die zich bezighoudt met veeteelt.
Omdat deze herders en hun familie zich altijd ver van de bevolkingscentra bevinden is hun menu zeer beperkt.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit brood, bonen of rijst en alleen op feestdagen staat er vlees op het menu.
Melk en yoghurt nemen een prominente plaats in, terwijl groenten en fruit praktisch geheel ontbreken.
Een traditioneel bedouinen feestgerecht is de mansaf.
Als opener mezze:
Tabuleh –fijngehakte peterselieblaadjes met tomaten, munt en de nootachtig smakende bulghur.
Humus bi tahina – gepureerde kikkererwten met zout, citroensap, sesam en olijfolie.
Baba ghannusch – puree van gebakken aubergines die met citroen – knoflook en sesamolie die tot een gladde brij worden
geroerd.
Malfuf – komt overeen met de Europese koolrollade, de vulling bestaat uit schapenvlees en rijst.
Tot de mezze behoren bovendien olijven, kaas ,noten, vruchten, zure augurken en gevulde druivenbladeren.
Het is de gewoonte, ook als men in een gewoon huis woont, om zittend op de grond te eten. In het midden van de kring
staat een grote schaal waar iedereen met de rechterhand uit eet. Op de grote schaal wordt een bed van rijst gelegd,
waar pijnboompitten en amandelen doorheen zijn gemengd. Bovenop deze rijst ligt lamsvlees dat in yoghurt is gekookt.
Er moet zoveel vlees zijn dat de rijst niet meer zichtbaar is.
Voor het dessert kunt u kiezen uit talloze zoete gerechten.
De maaltijd wordt besloten met een kop thee of koffie.
Een typische drank, ontleend aan de bedoeïnencultuur, is de speciale koffie. Deze koffie is zo sterk dat je haar kunt
knippen!
Hij wordt als volgt gemaakt: in de tent worden koffiebonen boven een klein vuurtje vers geroosterd en daarna
fijn gestampt. De gestampte bonen worden met water opgezet en tot 1/3 van de hoeveelheid water ingekookt.
Bij een Arabier op bezoek gaan betekend dus dat u geduldig moet blijven, want dit neemt wel wat tijd in beslag!
Vaak gaat er ook een beetje cardamon in de pot. Het resultaat wordt uitgeschonken in kleine kopjes die niet
groter zijn dan een eierdopje. Als gast bent u verplicht om drie kopjes koffie te drinken, daarna mag u om water
of om thee vragen.
Geldzaken
De munteenheid is de Jordan Dinar, afgekort de JD. Het is voordeliger om in Jordanië zelf uw geld te wisselen
of op te nemen. Er zijn veel wisselkantoren en op veel plaatsen kunt u met creditcard betalen. Ook kunt u vrij
eenvoudig euro’s en dollars omwisselen.
Door de koers van de Euro (1JD=1,02 €) konden we euro's voor dinar gebruiken.Wisselgeld kregen we in dinars.
Gemakkelijk. Dollars waren minder in trek.
Reisroute
Zaterdag 14 november: Brussel – Amman
Met de trein of airport-busje is iedereen stipt voor 6 uur op de
luchthaven. Karel glundert.
We checken in voor een Boeing 737-800 van JetairFly. De service aan boord is uitzonderlijk goed.
In het Queen Alia International Airport, genoemd naar de derde vrouw van Koning
Hussein die stierf in een helicoptercrash, ontmoeten we onze eerste
gids Ryad. We logeren in het Commodore Amman hotel.
Er rest ons nog even de tijd voor een korte verkenning van de stad. We houden even halt aan het Romeins
theater en wandelen naar de Al-Husseinimoskee, gebouwd op de plaats
van een oude kerk, wellicht de kathedraal van Philadelphia (Naam van
Amman tijdens de Helenistische periode onder Ptolemeus II Phliadelphus).
Het plein rond de moskee is het hart van Amman. Tussen deze moskee en de Citadel ligt de soek, bekend
om zijn talloze goudwinkeltjes. De moskee van roze en witte stenen
werd in 1987 volledig gerestaureerd.
Rond halfvijf wordt het snel donker en keren we terug naar het hotel.
Zondag 15 november: Jordaan , Dode zee
Na het ontbijt om 6 uur rijden we reeds om 7 uur met de bus door een ontwakend Amman richting Jordaanvallei.
De Jordaanvallei is een laaggelegen strook gebied die de westelijke grens van Jordanië vormt.
Het is een onderdeel van de Grote Kloof: de grote geologische breukzone die begint in het Afrikaanse Merengebied,
noordwaarts doorloopt door de Dode Zee en de Wadi Arabia en eindigt in het Kaukasusgebergte.
De weg gaat kronkelend bergafwaarts en in de verte kunnen we het begin van de Dode Zee zien.
We bezoeken vanmorgen Bethanië (of Wadi Kharar, of El-Maghtas, of Beth-Abara) de plaats waar Jezus werd
gedoopt op +/- 45 km ten westen van Amman.
Op een plek waar de oude rivierbedding van de Jordaan samen komt met een bron is Jezus gedoopt.
Dit is de bron van de heilige Johannes de Doper. Deze locatie is exact beschreven in de bijbel.
Hier vinden we ook de resten van de Byzantijnse Johannes de Doper kerk(en) uit de 5e en 6e eeuw:
stukken vloer van Carara marmer en enkele mozaïekfragmenten.
Hierna lopen we door richting een Grieks-orthodox kerkje met gouden koepel en daarachter de Jordaan.
De rivier, amper 5 m breed, is tevens de grens met Israel en aan de overkant van de rivier zien we
een kopie versie van het Jordaanse Bethanië liggen aan de Israelische kant.
Een Russische toerist springt
onder het toeziend oog van een gewapende militair in het water en gaat driemaal kopje onder.
Onze gids krabt even in zijn haar. Tot voor kort was dit streng beveiligd militair gebied.
Geholpen door de vredesakkoorden zijn de archeologen hier sinds 1997 neergestreken en hebben in dit
ruime gebied een twintigtal archeologische vindplaatsen ontdekt, van de bronstijd tot de middeleeuwen.
Het wordt stilaan warmer. Daarom is het vooruitzicht van een plons in de Dode Zee een leuke afwisseling.
Met de bus gaan we naar Amman Beach Tourism Resort.
In tegenstelling tot de Israëlische kust van
de Dode Zee, was de Jordaanse tot voor kort nauwelijks ontwikkeld. Maar nu wordt ook hier druk gebouwd aan
een vijftal luxe hotels (Mariott, Kempinski …) en een snelweg.
Het is heerlijk om wat af te koelen in het water dat aanvoelt als olie. Nadien moet je douchen of in een
van de mooie zwembaden duiken, want het zout blijft aan je lichaam plakken en dat prikt behoorlijk.
Enkele vrouwen laten zich insmeren met zwarte modder. De mineraal rijke modder uit de Dode zee schijnt goed
te zijn voor je huid
Je hebt hier een prachtig zicht op Israël aan de overkant, door gids onverstoord West Bank genoemd.
Je kunt door het hoge zoutgehalte niet zwemmen in de Dode Zee, alleen drijven.
De normale zwembewegingen kun je niet uitvoeren, het water duwt je lichaam en je voeten tot aan het wateroppervlak.
Omringd door een desolaat landschap dat doet denken aan de maan, zweeft de bezoeker als een gewichtsloze
astronaut op het zoute water van de Dode Zee.
De Dode Zee is een van de meest bizarre spelingen van de natuur. Eigenlijk is het helemaal geen zee. Er is geen branding,
er waait geen frisse zeebries en er vliegen al helemaal geen krijsende meeuwen. Hier is niets behalve zand, rotsen en
het groenblauwe water.
Dit water dat door de Jordaan en tientallen kleinere riviertjes wordt aangevoerd, verdampt met miljoenen
liters per dag, waarna alleen mineralen achterblijven. Inmiddels bestaat het water van de Dode Zee voor
ruim dertig procent uit zout, ter vergelijking in de Noordzee is dat slechts drie procent.
Niet eens een bacterie kan in het zoute water van de Dode Zee overleven. Zelfs rond het water is amper leven
te bespeuren.
Tegelijkertijd is het groenblauwe water van de Dode Zee geneeskrachtig. Het broom kalmeert de zenuwen,
het jodium is heilzaam voor de klieren en het magnesium houdt de huid jong en soepel.

De Dode Zee is stervende. De vraag is eigenlijk niet of de Dode Zee zal opdrogen, maar wanneer.
De schattingen lopen uiteen van vijftig tot tweehonderd jaar.
Er zijn echter plannen om een kanaal met
een lengte van 200 kilometer uit te graven, dat water van de Rode naar de Dode Zee voert.
Tot eind jaren zestig was het niveau van de Dode Zee stabiel op zo’n 392 meter onder zeeniveau.
Maar sindsdien is het niveau gedaald tot zo’n 411 meter onder zeeniveau. De oppervlakte van de Dode Zee
is met een derde afgenomen en de kustlijn is op sommige plaatsen met twee kilometer teruggetreden.
Als de zee blijft dalen met het huidige gemiddelde van tachtig centimeter per jaar, zal de Dode Zee over
vijftig jaar verdwenen zijn. Dat komt omdat het water in de Dode Zee nauwelijks nog aangevuld wordt.
Bijna alle waterbronnen die uitmonden in de Dode Zee worden gebruikt voor irrigatie en drinkwater.
Zo wordt het water van de rivier de Jordaan in het meer van Tiberias opgevangen, waarna het door Israël
over het hele land en tot in de Sinaï Woestijn wordt gedistribueerd.
Water is al vijftig jaar een van de meest cruciale politieke strijdpunten in het Midden Oosten.
Volgens het in 1994 getekende vredesakkoord tussen Israël en Jordanië, heeft eerstgenoemde recht op het
merendeel van de Jordaan.
De belangrijkste waterleverancier van de Dode Zee, de Jordaan, is inmiddels nog maar enkele meters breed
is en oogt als een veredelde sloot. De grote boosdoener van die versmalling, in zowel Israël als Jordanië,
is de geïrrigeerde en van overheidswege gesubsidieerde landbouw.
Maar terwijl de Jordaanse landbouw
voornamelijk produceert voor binnenlandse consumptie, wordt een groot deel van de Israëlische productie
geëxporteerd, vooral naar Europa.
Het slinken en mogelijk verdwijnen van de Dode Zee heeft niet alleen desastreuze gevolgen voor toerisme en
industrie, maar ook op de algehele geologie en waterhuishouding van de regio.
Jordanie is een van de water-armste landen ter wereld en kampt met een enorm jaarlijks tekort.
We nemen het middagmaal in het resort en nemen dan de prachtige weg naar de warme bronnen van Hammamat Ma'in.
Het is een nieuwe weg die langs het Dead Sea Panoramic Complex voert. In een mum van tijd zitten we hoog boven
de Dode Zee en daarna dalen we steil weer af. De warme bronnen zijn een kuuroord dat reeds sinds de oudheid in trek was.
De watervallen zijn mooi en men vindt er ook een natuurlijke sauna in een grot.
Herodes de Grote baadde volgens de legende al in het mineraalrijke water. Sinds de Romeinse tijd komen hier mensen
voor de warme bronnen en de watertherapieën. Het bronwater en de waterval liggen 264 meter onder zeeniveau en
voeden de Dode Zee. Het water staat bekend vanwege het hoge gehalte aan zwavel dat antibacterieel werkt op
allerlei klachten van huid en lichaam.
Bij een terasje ontmoeten we zowaar een Lybische toerist die ons vraagt hem en zijn vrouw te fotograferen.
We praten heel even over de Libische woestijn en het Akakus gebergte.
Vanavond nemen we afscheid van onze gids. Morgen hebben we een nederlands sprekende. Hollands, zegt Karel, en
bovendien wil hij maar om acht uur beginnen.
Zijn ogen schieten vuur. Als dat maar goed afloopt.
Maandag 16 november: Amman, woestijnkastelen
Halfacht staan we klaar voor de bus. Een kwartier later arriveert onze nieuwe gids. Zijn naam is Salem Abu Rumman (aladaricha@hotmail.com) en hij woonde twee
jaar in Nederland (Delft,Rotterdam ..). Uit Nederland bracht hij een souvenirtje mee: zijn Zeeuwse vrouw uit Axel.
We vertrekken onmiddellijk naar de Koning Abdullah Moskee.
Deze opvallende blauwe moskee werd in 1990 gebouwd
ter ere van koning Abdullah, de overgrootvader van de huidige koning Abdullah. De mannen doen alleen de schoenen uit.
De vrouwen doen een lang zwart kleed aan: een chador . Ze zien er beeldig uit. De Abdullah moskee biedt plaats aan
3000 gelovigen. Salem spreekt ons, gezeten op het reusachtige tapijt van de moskee over de vijf pijlers van de Islam.
Vervolgens rijden we naar de Citadel (Jabal al-Qal'a). De Citadel is gelegen op de hoogste berg van Amman,
ongeveer 850 meter boven de zeespiegel. Hier liggen de restanten van het antieke Ammon: Romeinse, Byzantijnse en vroegere
Islamitische opgravingen. De tempel op het complex is gebouwd door Marcus Aurelius (161-80 AD). Van deze tempel zijn nog een
deel van het podium en een aantal pilaren overgebleven. De meest indrukwekkende gebouwen zijn de ruines van het Omajadische
paleis (al-Qasr, Ummayad Palace complex ) uit de achtste eeuw waarvan alléén de de ontvangstzaal gereconstrueerd werd met
de prachtige houten koepel, de Poort van Hercules (161-166 v. Chr.) en de Byzantijnse kerk, gebouwd in de zesde of zevende
eeuw.
Men vindt er ook grotten uit het brons tijdperk.
In een hoek van het complex is een uitkijkpunt gemaakt. Vanaf hier heb je een mooi overzicht op Amman. De stad is
opgetrokken uit zandkleurige gebouwen, wat het echt een Midden-Oosten gevoel geeft. Het is gebouwd op 7 jebels (heuvels)
maar tegenwoordig is het verspreid over wel 20 en heeft het bijna 2 miljoen inwoners.
De zandkleurige stad stak schitterend
af tegen een felblauwe lucht.
Het Kleine Archeologisch museum gevestigd op de Citadel heeft een indrukwekkende collectie artefacten van
de prehistorie tot de vijftiende eeuw. Hoogtepunt hier waren wel enkele Dode-Zee rollen die in 1952 in Qumran gevonden
zijn en een paar beelden (de Ain Ghazal statues) die stammen uit 6700 v. Chr. . Ze zijn heel belangrijk die beelden
in de glazen vitrine kast.
De afgelopen decennia zijn er spectaculaire ontdekkingen gedaan in de bergen ten noorden van Amman. Hier werden de resten
van een agrarisch dorp gevonden daterend uit het 7e millennium v.Chr. De 30 beelden die in het dorp ontdekt werden, behoren
tot de oudste beelden ter wereld. Deze beelden, gedateerd op 6700 v.Chr., vallen op door de vormgeving en door beschilderingen
van lichaamsdelen. De geschilderde ogen hebben uitdrukking door lijnen van bitumen rond een iris van kalk.
Met hun intrigerende uitdrukking trekken ze nog tot op heden onze intense aandacht. Wellicht hadden zij in de oudheid
hetzelfde effect op mensen uit het Neolithicum.
De beelden zijn gemaakt uit een mengsel van gebrande kalksteen en klei,
waardoor de ogen met hun zwarte randen sterk contrasteren met dit lichtkeurige mengsel.
De vraag of het hier gaat om beelden die dienden bij de voorouderverering, of om beelden van geesten of goden is nog
steeds niet beantwoord.
De vondst van deze beelden gebeurde toevallig. Bij de aanleg van een weg ten noorden van Amman in 1974 stuitte men op deze
overblijfselen. Later bleek dat het om een neolithische nederzetting ging, gelegen aan de oever van de Zarka rivier.
Ain Gazal, de bron van de gazelle’, is een van de oudste agrarische nederzettingen ooit gevonden. De nederzetting besloeg
een oppervlakte van ongeveer 14 hectare, ongewoon groot voor die tijd, en moet minstens 3000 inwoners geteld hebben.
De nederzetting werd continue bewoond gedurende meer dan 2000 jaar (7300-5000). 2000 jaar exploitatie van bossen,
gebruik van hout voor de bouw en voor brandstof, de overbegrazing van de weidegronden door schapen en geiten leidden
tot uitputting van de grond en slechte oogsten. Uiteindelijk waren de inwoners gedwongen de plek te verlaten en een
toekomst elders te zoeken.
Het archeologisch museum herbergt ook de Stele van Mesha. De Stele van Mesha of Moabitische Steen is een stele van zwart basalt met daarin een inscriptie van koning Mesha van Moab uit de 9e eeuw v. Chr.. De steen is herontdekt in 1868 in Dhiban.Vanop de citadel zien we het Romeinse theater. Daar trekken we nu naar toe. In sneltreinvaart worden we eerst door het folklore museum geleid waar een groot aantal zeer boeiende foto's van oud Amman en de opgravingen van het theater te vinden zijn alsmede voorstellingen van Bedoeïenen. Het theater stamt waarschijnlijk uit de tijd van Antonius Pius (138-61 AD), biedt plaats aan 6000 mensen en de restauratie is begonnen in 1957. De akoestiek is fenomenaal. Helemaal bovenaan zorgt het perspectief bijna voor hoogtevrees. Enkele bewerkte kapitelen tooien de voet van de tribunes.
De inscriptie telt 34 regels tekst die geschreven zijn in het Oud-Hebreeuws. De steen is 124 cm hoog en 71 cm breed en diep en is aan de bovenzijde afgerond. De tekst beschrijft Mesha's overwinning op het koninkrijk Israël. Het is de oudste, bij wetenschappers bekende, samenhangende tekst met alfabetisch schrift en bevat alle letters van het oude alfabet behalve één. Hij bevat de de oudste geschreven naam van hun God: 'YHWH' (Jaweh).
De oorspronkelijke steen is nu te bezichtigen in het Louvre te Parijs.
Dinsdag 17 november: Um Quais, Jerash, Ajloun
Vanmorgen vertrekken we vroeg naar het noorden, tot bij de grens van Israël en Syrië. We bezoeken de antieke stad
Gadara aan de voet van de Ottomaanse stad Umm-Qais.
Dit is een van de prachtigste Grieks-Romeinse steden van de Decapolis en volgens de bijbel de plaats waar Jezus de duivel
uitdreef bij 2 bezeten mannen (Matteus 8:28-34).
Uit opgravingen blijkt dat deze plek reeds bewoond was in de 7de eeuw
voor Christus. De stad werd onder de Romeinse keizer Augustus het intellectuele middelpunt van de regio en ze trok geleerden,
schrijvers, artiesten, filosofen en dichters aan.
We ontdekken eerst het westelijk theater in zwart basalt dat goed bewaard is gebleven. Het heeft nog zijn circulaire
gangen waar het lekker fris is en een rij comfortabele banken voor hoge gasten.
Via de winkelstraat met gewelven waarin
de winkels waren ondergebracht komen we aan de orientatietafel van waaruit we een adembenemend uitzicht hebben.
Aan de linkerkant zien we het begin van de vallei van de Jordaan, de West Bank en Israël, in het noorwesten het meer van
Galilea (Tiberias, Genezareth) en rechts vooraan de vallei van de Jarmoek, achteraan de Golanhoogten (nu bezet door Israël),
in het noordoosten Syrië.
Een groot deel van het optreden van Jezus speelde zich af rond het Meer van Galilea. Jezus heeft een tijdlang aan het Meer van Galilea gewoond, in Kafarnaum. Ook een aantal van Jezus' apostelen, die vissers waren op het Meer van Galilea, woonden er.We waren erg onder de indruk van de plek waar we stonden, stuk voor stuk zijn het allemaal plekken die veel in het nieuws zijn (geweest) en waar nogal wat oorlogen om gevoerd zijn.
Een aantal bekende Bijbelverhalen, zoals de wonderbare visvangst en dat Jezus op het water wandelde, spelen zich op en rond het Meer van Galilea af.
Woensdag 18 november: Amman-Petra
We verlaten Amman. Bijna de helft van de vier miljoen Jordaniërs woont in de hoofdstad Amman, wat niet zo vreemd is in een
land dat voor driekwart uit woestijn bestaat. Amman is niet westers, maar wel modern. Op de platte daken van de huizen
staan naast de volle waslijnen overal schotelantennes (en watertanks die slechts enkele malen per week kunnen gevuld worden).
In de winkelstraten vind je Mercedessen en internetcafés naast tapijthandelaren en moskeeën. In de soek in de oude stad
struikel je over de kraampjes met imitaties Nikes en honkbalpetjes, maar zie je ook rieten manden vol geurige munt en
kleverige gekonfijte dadels. Handelen zit de Jordaniërs in het bloed; ze moeten ook wel. Het beschikt niet over aardolie
en de woestijn is niet geschikt voor landbouw.
We vertrekken vanmorgen zuidwaarts en verkennen eerst de Mount Nebo waar God aan Mozes het Beloofde Land liet zien,
het land dat hij zelf echter nooit zou mogen betreden. Een plek dus die we, omdat we toch in de buurt waren, niet mochten
missen.
Er werd hard gewerkt aan restauratie van de kerk dus helaas mochten we niet alles zien maar een van de belangrijkste
attracties, een mozaiek, was gelukkig wel te bekijken. Maar mooier nog was het uitzicht over de Jordaan Vallei en de Dode Zee.
Een Italiaans kunstenaar maakte een sculptuur die het bronzen serpent van Mozes uit de woestijn en kruis combineerde.
Het weer was helaas niet helder genoeg om ver te kunnen kijken. Het 46 km verderop gelegen Jeruzalem en ook Jericho
konden we niet zien.
We vervolgden onze weg naar Madaba 30 km ten zuiden van Amman.
In Madaba bezoeken we de schitterende
vloermozaïeken in de St.George-kerk, ook wel 'Kerk van de Kaart' genoemd.
De in 1898 opgegraven mozaiëken
beelden alle belangrijke bijbelse plaatsen in het Midden-Oosten af: van Jeruzalem, Bethlehem, Jericho, tot Gaza en Akkra.
Hier vormen miljoenen steentjes op een oppervlak van maar liefst 20 bij 5 meter de oudste landkaart van het Midden-Oosten.
Pelgrims konden zich hiermee oriënteren in het beloofde land. Nog steeds is moeiteloos het gebied van de Nijldelta bij
Alexandrië tot Romeinse nederzettingen aan de Turkse kust te herkennen, met pontificaal in het midden de stad Jeruzalem.
Zelfs de vissen in de rivier de Jordaan zijn te onderscheiden. Ze zwemmen naar het noorden, weg van het zoute water in
de Dode Zee.
In Madaba zou 30 procent van de bevolking Christen zijn. In elk geval waren de meisjes van de toeristische politie heel
vriendelijk en poseerden maar al te graag. De cafébaas van de plaatselijke kroeg daarentegen was wat inhalig toen hij 2 JD
voor een kopje thé rekende. Onze gids stond er maar beteuterd bij.
Via The King's Highway reizen we verder naar het zuiden, want dan zie je veel mooiere landschappen dan via de
andere autoweg, The Desert Highway, die door een monotoon woestijnlandschap loopt.
Tussen Dhiban en Ariha bevindt zich een stukje autoweg dat wel één van de spectaculairste landschappen van Jordanië omvat:
de Wadi-al-Mujib.
De Wadi Mujib kloof loopt over een breedte van 70 kilometer van de Desert Highway in het oosten naar de Dode Zee
in het westen en wordt 'de Grand Canyon van Jordanië' genoemd. De kloof is 1 kilometer diep, meet 4 kilometer van
de ene rand naar de ander. Er is een stuwmeertje aangelegd.
Daarna gaat het weer vlot naar Kerak. In Kerak bezoeken we de beroemde kruisvaardersburcht uit 1132.
De bovengrondse verdieping is erg vervallen. De ondergrondse delen van de burcht zijn nog goed intact.
Dit voormalige kruisvaarders fort was een legendarische plek in de gevechten tussen de kruisvaarders en de Islamitische
troepen van Saladin (Salah- ad-Din). Hij was de generaal uit de 11e eeuw die de Ajjoebidische dynastie van Egypte en
Syrië stichtte.
Deze vesting werd gebouwd door kruisvaarder Payen le Bouteiller op de ruïnes van een vroegere citadel die dateerde uit de tijd van de Nabateeërs. Zijn hoge ligging, vlakbij de Koninklijke weg, maakte het mogelijk het verkeer zowel uit het noorden als uit het zuiden te controleren. De vestingen waren zo gebouwd dat ze zich op 1 dagreis afstand van elkaar bevonden. Tijdens de nacht werd er op elke burcht een vuur ontstoken om het signaal door te geven naar Jeruzalem dat alles in orde was.
De opvolger van Payen le Bouteiller, Reinoud van Châtillon terroriseerde alles wat in het gebied langskwam, zowel
caravanen als pelgrims. Toen Reinoud van Châtillon de heilige steden in 1183 Mekka en Medina dreigde aan te vallen, deed
Saladin een aanval op het kasteel maar het kon niet door hem veroverd worden.
Reinhoud werd gedood (persoonlijk onthoofd
door Saladin) bij de slag om Hattin nabij het meer van Tiberias in 1187.
Het kasteel viel naderhand in handen van in
handen van verschillende sultans die in 1263 de hoge noordwestelijke toren bouwden om uiteindelijk in de 19e eeuw te
worden gesloopt door de beroemde Iibrahim Pasja van Egypte.
Bij het binnekomen bezoeken we eerst kort het kleine museum, vervolgens de de boven elkaar liggende zalen met gewelven met
rechts de keuken met verluchtingspijpen, provisiekasten en oliemolenstenen. Aan het einde van de burcht ligt het
Mammelukse bastion met stevige bogen door de sultans gebouwd. Beneden dwalen we door de donkere gangen door openingen in
het plafond verlicht.
Het uitzicht van bovenuit is schitterend maar er waait een ijskoude wind die door merg en been gaat.
Het is reeds donker wanneer we in het schitterende Petra Guest House Hotel
(Managed by Crown Plaza Petra) aankomen.
Donderdag 19 november: Petra
Ons Hotel ligt net naast de ingang van de Petra site. Om half acht staan we reeds te trappelen om de ontdekking van het
hoogtepunt van onze reis te beginnen, omdat de lichtval op dit tijdsstip het mooist is, weet onze ervaren tour-leader Karel.
Salem laat nog even op zich wachten.
Gisterenavond (39°) en deze nacht (tourista) ben ik ziek geworden. Ik probeer me sterk te houden en hoop dat paracetamol,
motilium, immodium, actieve kool hun job doen want ik wil voor geen geld dit bezoek missen.
Even situeren.
Petra betekent letterlijk ‘rots’, een toepasselijke naam voor een stad die niet gebouwd is door stenen op elkaar
te metselen maar die uit de rotsen gehouwen is. Rond het begin van onze jaartelling was Petra de hoofdstad van het immense
rijk van de Nabateeërs, een nomadenvolk dat door tolheffing en handeldrijven haar rijkdommen vergaarde.
Op het hoogtepunt
woonden er ruim 25.000 mensen in Petra. Hun badhuizen, woonhuizen, tempels, graftombes, pakhuizen en paleizen,
waarschijnlijk vele honderden gebouwen, waren stuk voor stuk uit de rotsen gehouwen en waren met trappen, gangen en wegen
met elkaar verbonden.
De rozerode, geelbruine tinten van de rotsen maken de aanblik van de resten van deze antieke stad
werkelijk uniek.
De ontdekking van de verloren gewaande rotsstad Petra leest als een spannende roman. Vermomd als Indiaas koopman was Johann Ludwig Burckhardt op het eerste gezicht niet te onderscheiden van een moslimpelgrim. Hij sprak vloeiend Arabisch, ging gekleed volgens lokale gebruiken en stond bekend om zijn grote kennis van de Koran. Niemand vermoedde dat achter deze sjeik Ibrahim ibn Abdallah een Zwitserse Afrika-ontdekkingsreiziger schuil ging.Johann Ludwig Burckhardt overleed onverwacht in 1817 zonder zijn herontdekking van de rotsstad Petra wereldkundig te kunnen maken. Met de publicatie van zijn reisverslag ‘Travels in Syria and the Holy Land’ echter, dat kort na zijn dood verscheen, werd het wonder van Petra alsnog onder de aandacht van de wereld gebracht.
In augustus 1812 hoorde Burckhardt tijdens een reis van Aleppo naar Egypte lokale gidsen praten over fantastische ruïnes die verborgen lagen in de bergen bij Wadi Musa. Burckhardt vermoedde dat zij verwezen naar de legendarische rotsstad Petra. Zijn interesse was onmiddellijk gewekt; deze ruïnes wilde hij bekijken, maar hoe? Als gelovig moslim kon hij geen interesse tonen in heidense bouwwerken en toch wilde hij zijn gids over halen om een kleine omweg te maken. Onder het voorwendsel dat hij een gelofte had afgelegd om een geit te offeren bij het graf van de profeet Aaron, vroeg Burckhardt zijn gids hem naar deze op de berg Jebel Haroun gelegen bedevaartsplaats nabij de Wadi Musa, te brengen. Zo lukte het hem als eerste Europeaan die wonderbaarlijke stad te betreden.
De indrukken die Burckhardt opdeed tijdens zijn korte bezoek aan Petra zijn via zijn dagboek bewaard gebleven.
Door de bijna 2 kilometer lange ravijn van de Siq, met rotswanden van wel 150 meter hoog, betrad hij de plaats waar volgens overlevering de bijbelse stamvader Mozes met zijn staf water uit de rotsen deed vloeien toen hij het joodse volk uit Egyptische gevangenschap naar het beloofde land leidde. Toen de kloof zich verbreedde, aanschouwde Burckhardt een in rotsen uitgehouwen bouwwerk. Deze façade, met zes Corinthische zuilen, een gebroken pediment en een met een urn bekroonde tholos, straalde in het licht van de ondergaande zon. Burckhardt kon slechts met grote moeite zijn enthousiasme verbergen en wist ondanks de argwanende blik van zijn gids aantekeningen in zijn dagboek te maken. De façade behoorde toe aan een tempel, die in de volksmond de bijnaam El Khaznet (het schathuis) droeg. Volgens legenden zou de farao die de Israëlieten na de exodus achtervolgde dit schathuis hebben gebouwd, zodat hij zijn kostbaarheden in de urn buiten bereik van mensenhanden kon achterlaten. Met grote moeite wist Burckhardt zijn blik los te trekken van dit wonder en zijn aandringende gids te volgen. Ze vervolgden hun weg naar de top van de Jebel Haroun, terwijl Burckhardt zoveel mogelijk indrukken van de stad in zijn dagboek probeerde vast te leggen.
Toen de avond viel bereikte het gezelschap het graf van de profeet Aaron, de broer van Mozes die op weg naar het beloofde land stierf en nabij Petra begraven zou zijn. Burckhardt offerde zijn geit en reisde door naar Cairo, het wonder van Petra met zich meedragend.
Waarom jullie vannacht niet bij mij logeren - in mijn grot?" vroeg de Bedoeïen. Hij werd helemaal enthousiast bij het idee. En wij waren uit op avontuur.'
Zo begint het verhaal van Marguerite van Geldermalsen waarin ze vertelt hoe ze de vrouw werd van de Jordaanse souvenirverkoper Mohammad Abdallah Othman. Ze woonden in een van de eeuwenoude grotten van Petra. Hun thuis was tweeduizend jaar oud, uitgehakt in de rode rotswand.
Marguerite werd er de lokale verpleegkundige maar leidde verder het leven van elke Bedouïenenvrouw: ze kookte boven open vuur, haalde water met de ezel en dronk zoete, zwarte thee in de schaduw van een geitenharen tent.
Ze danste mee tijdens huwelijksfeesten en ontbeet buiten, zittend op de rotswand bij het licht van de opkomende zon.
Ze kreeg drie kinderen en was volmaakt gelukkig. Aan dit exotische spookje kwam pas een eind toen Mohammad overleed, na ruim twintig jaar huwelijk.

Vrijdag 20 november: Klein Petra, Wadi rum , Dode zee
Petra is beter dan de piramides van Gizeh of de tempel van Aboe Simbel in Egypte, omdat je hier een unieke combinatie ziet
van geologische pracht en historisch unieke en intacte gebouwen in een ingesloten omgeving.
Vandaag zijn we reed vroeg op pad voor een toemaatje.
Een kilometer of tien ten noorden van Petra ligt Beidha, een gebied dat de bedoeïnen 'Little Petra' noemen.
Aan de ingang is een parkeerterrein met grote bedoeïenententen waar men soevenirs tracht te slijten.
Net als in Petra hebben de Nabateeërs hier grotten uitgehakt in een kloof, de siq Al-Barid. Een bezoek aan de siq is zeker
de moeite waard, een smalle kloof van ongeveer 500 m die doodloopt. Hij is afgeboord met graven, monumenten en tombes
met soms eetbanken en onderliggende waterreservoirs. In eentje waren Nabateaanse muur- en plafondschilderingen te vinden:
in het midden een vervaagd medaillon en slingers met bloemen en vogels.
Hier woont nog een aantal semi-nomadische bedoeïenen (van de aan de bdoul verwante ammarin-stam) met hun kuddes in
traditionele tenten van kamelenhaar. De natuur van Little Petra is mooi: eeuwenoude olijfbomen, een enkele verdwaalde
duizenden jaren oude rotswoningen en veel fraaie, grillige rotsformaties waar je heerlijk beschut kunt vertoeven,
een vuur kunt stoken om thee te zetten en een maaltijd te bereiden.
We rijden verder richting Wadi Rum. We nemen het middagmaal in een restaurantje waar buiten twee oude
Belgische spoorwegwagons dienst doen als 'visitors reception'.
Na het eten rijden we naar de parking even buiten het stadje waar de jeeps in grote getale klaarstaan voor een
drie uur durende rondrit. Salem duidt de route aan op een grote satelietfoto. Moeilijk om te memoriseren en controleren.
In Wadi Rum, zestig kilometer ten noorden van Aqaba, heeft de natuur in al zijn immense onvrijwilligheid een kunstwerk
gecreëerd dat zijn gelijke niet kent. De woestijn is een onherbergzaam oord voor de mens: er is bijna geen
water, de temperatuur is er hoog en zeer variabel en de zandgrond is geen basis voor een lange sedentaire bezetting.
Maar omdat het gesteente hier enkele miljoenen jaren geleden werd opgestuwd en deze voormalige zeebodem nu ligt te
blakeren onder de zon, heeft ze hier naar menselijke normen een visueel prachtig natuurlijk ecosysteem nagelaten waarin
zich een aantal stammen hebben gevestigd, de bedoeïenen, die de strijd tegen de natuurelementen hebben aangebonden
om hier te overleven.
Zoiets vinden wij als Westerse mens fantastisch en daarom begint dit gebied meer en meer in
trek te komen bij toeristen die deze wisselwerking tussen mens en de wrede, prachtige natuur willen aanschouwen zonder
er zelf bij betrokken te geraken.
We verdelen ons over zes jeeps en met onze jonge bedoeïenenchauffeurs bezoeken we verschillende bedoeïenententen
en bewonderen Nabateese rotsinscripties en fantastische vergezichten.
Op een bepaald ogenblik houden we halt om thee te drinken. Tot onze verwondering moeten we daarbij meehelpen: hout
sprokkelen en tussen een hoopje stenen een vuurtje stoken. In zwartgeblakerde theeketeltjes maken ze thee, ‘shaj',
hun favoriete drank.
Ze drinken het in kleine glaasjes, de hele dag door. Na het eten schenken ze hun gasten graag 'bedouin whisky'
(gewoon: thee).
De thee is zwart en zoet; de verhouding tussen thee en suiker is ongeveer één op drie.
Behalve thee drinkt men graag kamelenmelk, geitenmelk en koffie. Kamelenmelk is dusdanig voedzaam dat het een
uitstekend ontbijt is. De bedoeïenen in de woestijn teren soms de hele dag op kamelenmelk en thee.
We zijn ook even gestopt bij een hoop op elkaar gestapelde stenen die samen het voormalige huis van
Lawrence of Arabia vormden. Het is gebouwd op de fundamenten van een (kleine)Nabateaanse tempel.
De wind waait hard en koud in de open laadbakken. Als je niet in de eerste jeep rijdt krijg je bovendien al het
opwaaiende zand in je gezicht.
Nu en dan moeten we halt houden wanneer een van de jeeps na een lekke band
(vliegensvlug hersteld) niet meer volgt.
Tegen zonsondergang bereiken we de parkeerplaats. Na een flinke fooi aan de chauffeurs haasten we ons hartverwarmend
naar het Golden Tulip Hotel in Aquaba.
Tijdens het avondmaal brengen we hulde aan Karel en Lutgarde. We overhandigen hen een mozaiekje voorstellende de 'levensboom' dat
we kochten in de mozaiekstad Madaba.
Karel is zichtbaar ontroerd en misschien opgelucht dat hij het weer eens goed gedaan heeft met deze groep (en de gidsen, en de kruiers, en ....) . Het is
tenslotte een zware verantwoordelijkheid.
Nog een lang leven Lutgarde en Karel !
Karel en Lutgarde uit Ieper
Ze trokken gezwind alsmaar dieper
De Petra kloof in
En daar, met liefelijke zin
Gaf Lutgarde aan Karel .. ne pieper
Zaterdag 21 november: Aqaba