VIET NAM
Reisverhaal: VIET NAM 22
oktober - 10 november 2005
Inleiding Een historisch overzicht
Een historisch overzicht zal helpen om bepaalde namen te plaatsen
die in het verslag voorkomen. Klik
hier voor een overzichtskaart.
1 Vroegste geschiedenis Tussen de 9e en de 3e
eeuw v.Chr. was in het dal van de Ma-rivier, ten zuid-westen van
het huidige Hanoi, een hoog ontwikkelde beschaving gevestigd. De
bevolking, de Lac Viet, was heel bedreven in de kunst van het
bronsgieten en het metaalbewerken. Men beschouwt hen als de
directe voorouders van de Vietnamezen. De bloeiperiode van de Lac
Viet kwam tijdens de Thuc-dynastie (258-208 v. Chr.). Vanuit hun
hoofdstad Co Lao beheersten de vorsten de handelswegen naar China
en India. Daarnaast was de macht van de heersers gebaseerd op
natte rijstbouw, mogelijk gemaakt door constructie van dijken en
kanalen.
In de 3e E v. Chr. werd het noorden van Vietnam herhaaldelijk
geteisterd door invasies vanuit Zuid China. In 208 v. Chr. kwam
een einde aan het rijk van de Lac Viet. In dat jaar stichtte een
opstandige Chinese generaal, Trieu Da, een onafhankelijke staat,
die zich uitstrekte van Kanton in het zuiden van China tot
voorbij de delta van de Rode Rivier. Hij noemde het rijk Nam
Viet, het zuidelijke deel van de Viet. Uiteindelijk werd dit
Vietnam. Onder Trieu Da vond een versmelting plaats tussen de Lac
Viet en de Chinese nieuwkomers en werd de basis gelegd voor de
huidige etnische samensmelting van de bevolking.
2 Chinese heerschappij In 111 v. Chr.
veroverden legers van de Han-dynastie uit China het
onafhankelijke Nam Viet. Hiermee begon een periode van Chinese
overheersing, die meer dan 1000 jaar zou duren. (tot 938 na
Chr.)
Tijdens de Chinese overheersing kwamen de Viet sterk onder
invloed van de machtige noorderbuur. Chinese ambtenaren en
kolonisten introduceerden nieuwe religies als het confucianisme,
het taoïsme en het mahayana-boeddhisme. Ze brachten het
Chinese schrift mee, de Chinese geneeskunde en de laatste
landbouwtechnieken. Het rijk van ChampaIn het midden van
het land, rond het huidige Danang, was aan het eind van de 2e E
n. Chr. het onafhankelijke rijk van Champa ontstaan. Deze staat
was sterk beïnvloed door de Indiase hindoecultuur, hier
gebracht door zeevaarders uit Voor-Indië. In de 8e E
breidden de Cham hun rijk uit naar het zuiden; De Cham stonden
bekend om hun grandioze bouwkunst. Het hindoerijk FunanIn
de Mekongdelta in het zuiden van het land maakte het hindoerijk
van Funan tussen de 1e en 6e E n.Chr. de dienst uit. Funan lag
aan de scheepvaartroute tussen India en China en had
handelscontacten met Birma, Maleisië en Indonesië. De
Khmer-bevolking legde er irrigatiekanalen aan en beoefende de
natte rijstbouw. Architectuur en beeldhouwkunst bloeiden.
3 Onafhankelijke nationale dynastieën
(939-1527) De val van de Tang-dynastie aan het eind
van de 10e E was voor de Vietnamezen het teken om in opstand te
komen tegen de Chinese bezetter. In 938 stuurde China een grote
oorlogsvloot om de rebellie de kop in te drukken. De Vietnamese
generaal Ngo Nguyen wist de Chinezen echter in de val te lokken.
Ngo had onder de waterspiegel in de bedding van de
Bach-Dangrivier zware, met ijzer beslagen staken laten
aanbrengen. De platboomde Vietnamese sampans konden gemakkelijk
over de hindernis varen. De Chinese schepen die de achtervolging
inzetten, hadden een grotere diepgang en liepen vast op de
barrière. De vloot vormde zo een eenvoudige prooi voor de
Vietnamezen.
Ngo Nguyen was de grondlegger van de Ngo-dynastie (939-965),de
eerste van een reeks koningshuizen die Vietnam in de loop der
eeuwen zou regeren. Na zijn dood, viel het rijk in 12
koninkrijkjes uiteen. Een van de vorsten, Dinh Bo Linh wist het
land in 968 onder zijn gezag te brengen. Om aan de constante
dreiging vanuit China een einde te maken, sloot hij met de
Chinezen een verdrag, waarbij hij de Chinese soevereniteit over
Vietnam erkende, maar in ruil de erkenning kreeg van de
feitelijke onafhankelijkheid van Vietnam. Om niets aan het toeval
over te laten, verplaatste hij de hoofdstad van Co Loa naar het
door water omgeven en makkelijk te verdedigen Hoa Lu.
Na de moord op Bo-Linh greep generaal Le Hoan de macht en
stichtte de vroege Le-dynastie (980-1009). Onder de Le-vorsten
kwam het boeddhisme tot bloei. Er werd militaire campagne gevoerd
tegen het rijk van de Champa en in 982 werd de hoofdstad van het
Champa-rijk, Indrapura, verwoest.
Een van de eerste daden van de Ly-dynastie (1010-1225) was het
invoeren van belastingen. Hiermee lieten de vorsten dijken bouwen
langs de Rode Rivier, irrigatiekanalen graven en wegen aanleggen.
Het rijk werd Dai Viet genoemd, het grote rijk van de Viet. De
nieuwe hoofdstad werd Thang Long, ‘de rijzende
draak’, op de plaats van het huidige Hanoi. Hier verrees in
1070 de Tempel van de Literatuur, de eerste universiteit van het
land.
De vorsten van de Tran-dynastie (1225-1400) weerstonden tot drie
keer toe een superieure legermacht van de Mongolen onder leiding
van Kublai Khan. In 1287 herhaalde Tran Hung Dao, een broer van
de koning, op bijna identieke wijze het kunststukje dat door Ngo
Nguyen 350 jaar eerder op de Bach-dangrivier was vertoond. Na nog
een mislukte poging van de Chinezen om de Vietnamese cultuur te
vernietigen en hun eigen zeden en gewoonten in te voeren, kwam
het land onder de late Le-dynastie (1428-1527) tot grote bloei.
Het was een gouden eeuw voor kunst en literatuur. Keizer Le Thanh
Tong gaf een bijzonder vooruitstrevend wetboek uit, waarin vooral
de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen opviel.
Onder de Le-vorsten breidde het rijk zich naar het zuiden uit en
in 1471 kwam een einde aan het rijk van Champa.
4 Periode van verdeeldheid (1527-1802) Na de
dood van Le Thanh Tong raakte de Le-dynastie in verval. Er volgde
een periode van machtstrijd tussen twee families, de Trinh die
over het noorden regeerden en de Nguyen over het zuiden. In 1627
brak een oorlog uit tussen beide rivalen, waarbij de Nguyen de
steun kregen van Frankrijk en Portugal en de Thrinh van de
Hollandse VOC (Verenigde Indische Compagnie). Na een halve eeuw
oorlogvoeren zonder resultaat, kwam men overeen over een deling
van het rijk. Onmiddellijk begonnen de Nguyen vanuit hun
hoofdstad Hué aan een opmars naar het zuiden. Aan het begin
van de 18e E bereikten ze de Golf van Thailand en veroverden de
Mekongdelta. Ook Laos en Cambodja kwamen onder hun gezag.
Tay-Son-opstand:
Zowel in het noorden als het zuiden heerste heel wat misnoegdheid
onder de boeren over de corruptie en willekeur van de heersende
klasse. Drie broers uit het dorp Tay Son brachten een
rebellenleger op de been en trokken op naar het zuiden. In 1783
versloegen ze de familie Nguyen en namen Saigon in. Terwijl de
oudste broer in Saigon bleef, trok de jongste naar het noorden,
versloeg er een invasieleger van Chinezen en maakte een einde aan
de macht van de Trinh. Nadat hij het land had verenigd, benoemde
Nguyen Hué (de jongste broer) zichzelf tot keizer in 1788.
Hij stierf in 1792. Van de verwarring die na zijn dood ontstond,
profiteerde het enig overgebleven lid van de verslagen
Nguyen-familie, Nguyen Ahn. Met steun van de Franse bisschop
Pigneau de Béhaine veroverde hij eerst het zuiden en daarna
de rest van het land. Hij riep zichzelf uit tot keizer Gia Long
en werd de stichter van de Nguyen-dynastie (1802-1945). Hij koos
als hoofdstad het centraal gelegen Hué.
5 De komst van de Fransen Als dank voor hun
steun verleende keizer Gia Long (1802-1819) de Fransen allerlei
handelsvoordelen. Ook stond hij missionarissen toe om
zendingswerk te doen. Hij zorgde voor de wederopbouw van zijn
land na vele jaren oorlog en liet dijken en wegen aanleggen en
verbeteren. Hij liet de Citadel en de Keizerlijke stad in
Hué bouwen.
Gia Long’s zoon (Minh Mang 1820-1841) stond onder invloed
van het confucianisme. Naar Chinees model, versterkte hij het
centrale gezag en bestuurde het land met strakke hand met behulp
van zijn ambtenaren, de mandarijnen. Deze keizer en zijn
opvolgers hadden geen sympathie voor de katholieke missie. Ze
vermoedden de hand van de missionarissen in de opstanden die het
land teisterden. Daarom gingen ze over tot vervolging en executie
van katholieken, zowel Franse als Vietnamese. Voor de Fransen was
dit aanleiding tot militair ingrijpen. Daarnaast moesten de
Fransen met lede ogen toezien dat Engeland zijn invloed in
Oost-Azië uitbreidde. Vietnam leek voor de Fransen een
uitstekende springplank voor de verovering van de Zuid-Chinese
markt. In 1859 veroverden de Franse troepen Saigon en in 1867 was
ook de rest van het zuiden in Franse handen en werd het onder de
naam Cochin-China als Franse kolonie ingelijfd.
In 1883 overleed keizer Tu Duc, kinderloos, ondanks het bezit van
een harem met honderden echtgenoten en concubines. Zijn dood was
voor de Fransen het signaal om in actie te komen. Annam (
Midden-Vietnam) en Tonkin (Noord-Vietnam) kwamen onder Frans
protectoraat. De opvolgers van Tu Duc bleven formeel aan de
macht, maar waren marionetten van het koloniale bewind. De
werkelijke macht lag in handen van de Franse gouverneur,
bijgestaan door de residenten.
In 1887 werden Cochin-China en de protectoraten Annam, Tonkin en
Cambodja samengevoegd tot de Unie van Indo-China. Zes jaar later
trad ook Laos tot de Unie toe. Daarmee was de Franse overheersing
over het Indo-Chinese schiereiland voltooid.
6 Kolonialisme en nationalisme In het begin
van de 20e E moesten de steenkool-, tin- en zinkmijnen in het
noorden en de rubberplantages in het zuiden de kolonie
winstgevend maken. Om de producten te kunnen afvoeren werden
havens, wegen en spoorlijnen aangelegd. De boeren draaiden voor
de financiering hiervoor op.Een andere belangrijke bron van
inkomsten voor het koloniale bestuur was het staatsmonopolie op
zout, alcohol, tabak en opium. Van een beschavingsmissie, zoals
de Franse graag lieten doorschemeren, kwam weinig terecht.
Slechts een heel klein deel van de bevolking volgde onderwijs. Op
de plantages werkten landloze boeren onder erbarmelijke
omstandigheden. Door ondervoeding, mishandeling en malaria kwamen
duizenden om het leven.
7 Strijd om onafhankelijkheid Tussen de twee
wereldoorlogen leidde het optreden van de Fransen tot de opkomst
van verschillende nationalistische bewegingen. Hierbij speelde
één man een allesoverheersende rol. Ho Chi Minh,
of ‘Oom Ho’ zoals zijn aanhangers hem noemden,
was grondlegger van de Communistische Partij van Indo-China en
het bevrijdingsfront Viet Minh en president van de Democratische
Republiek Vietnam van 1946 tot aan zijn dood in 1969.
Naast de communistische oppositie kwam er ook een
nationalistische beweging op vanuit de middenklasse: de Viet Nam
Quoc Dan Dang, naar het model van de Chinese Kwo Min Tang. Onder
hun leiding kwamen soldaten ten noorden van Hanoi in 1930 in
opstand en doodden een aantal Franse officieren. De Fransen
reageerden meedogenloos: dertien leiders eindigden op de
guillotine en de overigen werden naar de strafkolonie (Con Dao)
gestuurd. Maar het verzet ging ondergronds verder.
8 De Tweede Wereldoorlog Na de Duitse
bezetting van Frankrijk koos het koloniale bewind in 1940 voor
samenwerking met de door de Duitsers ingestelde Vichy-regering.
Een van de gevolgen was dat Japanse troepen toestemming kregen om
in Vietnam te stationeren. Omdat de Japanners de Fransen niet
vertrouwden, zetten ze het koloniale bestuur af in maart 45. In
plaats daarvan kwam er een marionettenregering onder keizer Bao
Dai.
Na de Japanse overgave, maakte Ho Chi Minh dankbaar gebruik van
de situatie en veroverde de Viet Minh grote delen van het land.
De keizer trad af en droeg de macht over aan de Viet Minh.
Ho installeerde op 29 aug. een voorlopige regering van nationale
eenheid. Vier dagen later werd de Onafhankelijke Democratische
Republiek Vietnam uitgeroepen met Ho Chi Minh als president.
9 Eerste Indo-Chinese oorlog (1946-1954) In
augustus 45 was op de conferentie van Potsdam bepaald dat Britse
strijdkrachten Vietnam ten zuiden van de 16e breedtegraad zouden
bezetten met als doel de Japanse troepen te ontwapenen. Chinese
troepen zouden die taak ten noorden van de demarcatielijn op zich
nemen. De Britten troffen een chaotisch zuiden aan. De Viet Minh
was met andere groeperingen in strijd geraakt om de macht.
Onmiddellijk na de komst van Franse eenheden droegen de Britten
het gezag over het zuiden aan hen over.
In het noorden konden de Fransen de Chinezen ertoe bewegen hun
troepen terug te trekken. Franse militairen namen hun plaats in.
Ho Chi Minh aanvaardde dit omdat hij de aanwezigheid van de
machtige noorderbuur meer vreesde dat het Franse koloniaal bewind
dat volgens hem op zijn einde liep. In maart 46 sloten Frankrijk
en de Democratische Republiek Vietnam een verdrag, waarbij de
stationering van de Franse troepen slechts voor een periode van
vijf jaar goedgekeurd werd en waarbij de Fransen de Republiek als
onafhankelijke staat erkenden. Al snel bleek dat beide partijen
het niet eens waren over de uitleg van het verdrag. Frankrijk
wilde vooral de controle over het zuiden niet uit handen geven.
Er ontstond een eerste treffen in de haven van Haiphong en in
Hanoi. De Franse troepen bezetten hierna de voornaamste steden.
De Viet Minh trok zich terug in de jungle en in de bergen van het
noorden en begon een guerilla.
Na de Koreaanse oorlog en de overwinning van Mao in China waren
de Verenigde Staten beducht voor een opmars van het communisme en
daarom steunden ze de Fransen massaal met geld en materieel.
China voorzag op zijn beurt de troepen van de Viet Minh van
wapens. Zo werd Vietnam een pion in de Koude Oorlog tussen de
supermachten.
10 De slag om Dien Bien Phu Begin 54 trok de
Franse bevelhebber, Navarre, een grote troepenmacht samen
bij Dien Bien Phu, in een door lage heuvels omrande vallei aan de
grens met Laos, in het uiterste noordwesten van Vietnam. Het doel
was de aanvoerroute van de Viet Minh vanuit China naar Laos te
blokkeren. Navarre hoopte dat de Viet Minh zou proberen dit te
verhinderen door een aanval op de vallei in te zetten. Zodra de
Vietnamese troepen het dal inkwamen, zouden ze een gemakkelijke
prooi vormen voor de beter bewapende Franse troepen.
Generaal Giap, de meesterstrateeg en bevelhebber van de
troepen van de Viet Minh, nam de uitdaging aan. Hij bracht vier
divisies op de been, drie keer zoveel als de Fransen. Met fietsen
en sleeën brachten zijn manschappen zwaar artilleriegeschut,
onderdeel voor onderdeel, naar de top van de heuvels rond het
dal, zonder dat de Franse verkenningsvliegtuigen iets
bemerkten.
Op 12 maart 1954 begonnen de artilleriebeschietingen vanaf de
heuvels. De compleet verraste Fransen probeerden versterkingen
via de lucht aan te voeren, maar het afweergeschut van de Viet
Minh verhinderde dit. Na een beleg van 56 dagen gaven de
uitgeputte verdedigers zich op 7 mei 54 over.
Dit betekende het einde van de Franse overheersing in
Indo-China.
11 Deling van Vietnam Op de Conferentie van
Genève werd Vietnam het voornaamste gespreksonderwerp. Na
meer dan twee maanden onderhandelen sloten de Fransen en de Viet
Minh op 21 juli 1954 een wapenstilstand. Beiden stemden in met
een tijdelijke deling van het land in een noordelijke en een
zuidelijke zone. Demarcatielijn werd de 17e breedtgraad.
Afgesproken werd dat de troepen van de Viet Minh zich ten noorden
en de Fransen zich ten zuiden van deze lijn zouden terugtrekken.
Binnen twee jaar zouden verkiezingen komen met als inzet de vraag
welke regering het herenigd Vietnam zou besturen. De regering in
Saigon en de Verenigde Staten, die de overeenkomst als een
knieval voor het communisme beschouwden, weigerden deze
overeenkomst te tekenen.
Direct na het sluiten van het verdrag van Genève werd in het
noorden een radicale landhervorming doorgevoerd, waarbij
landheren en grootgrondbezitters, maar ook kleine boeren die zich
tegen herverdeling verzetten, werden opgepakt en
geëxecuteerd. Velen waren ondertussen naar het zuiden
gevlucht.
12 Vietnam onder president Diem Na de
nederlaag bij Dien Bien Phu verleenden de Fransen het zuiden
volledige onafhankelijkheid. Bao Dai werd staatshoofd en Ngo Dinh
Diem premier. In oktober 55 zette Diem Bao Dai af, riep de
Republiek Vietnam uit en werd president. Diem stamde uit een
katholieke familie van mandarijnen, was ferm anticommunistisch en
bestuurde het zuiden met harde hand. Hij liet duizenden mensen,
echte of vermeende communisten, martelen en vermoorden.
De verkiezingen (zie verdrag van Genève) werden nooit
gehouden, omdat Diem een verkiezingsnederlaag vreesde. Nadat het
Ho Chi Minh duidelijk was geworden dat de hereniging van het land
zonder strijd niet zou slagen, steunde hij in 60 de oprichting
van het Nationaal bevrijdingsfront voor Zuid-Vietnam. Dit front,
dat bekend werd onder de naam Viet Cong (Vietnamese communisten),
begon een guerilla die het bewind van Diem in het defensief
drukte. De Verenigde Staten van hun kant zagen in dat Diem niet
de juiste persoon was om het communisme te keren. Ze steunden
daarom in 1963 de staatsgreep van een aantal hoge
legerofficieren, waarbij Diem om het leven kwam.
Na de coup kwam het leger aan de macht. Ze wisten echter geen
rust te brengen. Pas met het aantreden van president Thieu in
1967 was er wat meer stabiliteit.
13 Tweede Indo-Chinese oorlog (1964-1975)
Toen de laatste Franse troepen het land verlieten in 1956 namen
de Amerikanen hun plaats in. Ze steunden de Zuid-Vietnamese
regering met geld en wapens.
Na de oprichting van het Nationaal Bevrijdingsfront (Viet
Cong) namen de guerilla-activiteiten in het zuiden snel toe.
Op 2 augustus 64 werd melding gemaakt van een beschieting van de
torpedobootjager ‘Maddox’ door Noord-Vietnamese
patrouilleboten. Dit zou zonder enige aanleiding gebeurd zijn
buiten de territoriale wateren in de golf van Tonkin.
Dit Tonkin-incident werd het begin van een open oorlog tussen de
Verenigde Staten en Noord-Vietnam. Het Amerikaanse congres gaf
president Johnson bijna unaniem volmacht om militaire acties te
ondernemen. Johnson gaf direct opdracht om strategische doelen in
het noorden te bombarderen. Later zou uit uitgelekte documenten,
de Pentagon Papers, blijken dat het Congres was misleid. De
‘Maddox’bevond zich binnen de territoriale wateren en
was waarschijnlijk betrokken bij een sabotage-actie op
Noord-Vietnamese bodem.
Begin 65 bleek dat het Zuid-Vietnamese leger niet opgewassen was
tegen de goed gemotiveerde guerilla’s van de Viet Cong. De
V.S. besloten nu grondtroepen te sturen. Op 8 maart landden de
eerste mariniers in Danang. Dit was het begin van een massale
inzet van Amerikaanse gevechtseenheden.
14 Het Tet-offensief Op 31 januari 1968
voerden eenheden van de Viet Cong en het Noord-Vietnamese leger
een verrassingsaanval uit op de steden in het midden en het
zuiden van het land. De overval vond plaats tijdens Tet (het
Vietnamese nieuwjaar), vandaar de naam. Al na enkele dagen
moesten de aanvallers de meeste steden weer prijsgeven. Alleen
Hué bleef meer dan drie weken bezet.
Dit offensief was een militaire mislukking, maar de politieke
winst was enorm. Vooral de actie van een commandogroep van de
Viet Cong op het terrein van de Amerikaanse ambassade in Saigon
schokte het thuisfront in de V.S. De Amerikaanse opinie keerde
zich stilaan tegen de oorlogsinspanning. Op papier waren de
Amerikanen oppermachtig. Ze beschikten over een veel grotere
vuurkracht en waren met hun helicopters uiterst mobiel, maar de
Viet Cong stelden daar hun numeriek overwicht en de kennis van
het terrein tegenover. De Amerikanen beheersten de kuststrook en
waren overdag in het voordeel. Hun tegenstanders domineerden in
het hoogland en werden vooral ’s nachts actief. De
Amerikanen vochten tegen een onzichtbare vijand.
Ondertussen ontstond in de V.S. en in Europa een protestbeweging,
die zich richtte tegen de Amerikaanse inmenging ten gunste van
een corrupt en dictatoriaal Zuid-Vietnamees bewind en tegen de
oorlogvoering met napalm, fragmentatiebommen en
ontbladeringsmiddelen, Amerikaanse oorlogsmisdaden zoals het
vermoorden van onschuldige burgers in het dorp My Lai …
Onder druk van deze anti-oorlogsbeweging kondigde Johnson in 68
aan de bombardementen op het noorden te stoppen. Hij liet ook
weten zich niet herverkiesbaar te stellen. In november van dat
jaar bgonnen in Parijs onderhandelingen tussen de V.S. en de
Democratische Republiek Vietnam. Ze zouden tot 1973 voortduren!
In juni 1969 kondigde president Nixon de terugtrekking van
Amerikaanse troepen aan.
15 Vredesbeprekingen Besprekingen tussen
Henry Kissinger, de Amerikaanse minister van Buitenlandse
Zaken en Le Duc Tho, de Noord-Vietnamese gedelegeerde, leidden in
oktober 72 tot een ontwerpvredesakkoord. Omdat president Thieu
weigerde akkoord te gaan, probeerden de V.S. Noord-Vietnam tot
verdere toegevingen te bewegen. Toen het noorden niet wilde
toegeven, gaf Nixon de opdracht tot de beruchte
‘kerstbombardementen’. Tussen 18 en 30 december
gooiden Amerikaanse B-52 bommenwerpers onophoudelijk hun
dodelijke lading boven Hanoi en Haiphong. Er vielen naar
schatting 1600 doden …
Uiteindelijk werd op 27 januari 1973 een staakt-het-vuren bereikt
en werd het verdrag van Parijs door beide partijen ondertekend.
De Amerikanen moesten binnen de 60 dagen het land verlaten.Een
nationale raad voor verzoening moest noord en zuid bij elkaar
brengen. Het Parijse verdrag maakte formeel een einde aan de
oorlog, maar de vijandigheden gingen gewoon door. Thieu was niet
van plan zich aan het verdrag te houden.
Begin 75 trok het Noord-Vietnamse leger met tanks en artillerie
over de 17e breedtegraad. De Zuid-Vietnamse soldaten deserteerden
massaal en steden vielen zonder slag of stoot in handen van de
oprukkende noorderlingen. Op 30 april 75 namen de
Noord-Vietnamese troepen Saigon in en gaf de toenmalige leider,
Minh zich over. De oorlog was voorbij.
16 Vietnam na de hereniging Direct na de val
werd Saigon omgedoopt in Ho Chi Minh-stad, uit eerbetoon aan de
in 1969 overleden leider. Er kwam een Voorlopige Revolutionaire
Regering.
Op 25 april 76 vonden er in het hele land verkiezingen plaats
voor een Nationale Vergadering. Dit orgaan riep op 2 juli 1976 de
herenigde Socialistische Republiek Vietnam uit. Er werd een
eenheidsregering gevormd, waarin enkele leden uit het zuiden
zitting namen, maar de meerderheid bestond uit voormalige leiders
van de noordelijke democratische Republiek Vietnam.
17 Verhouding met Cambodja en China Op
internationaal terrein raakte Vietnam in de jaren tachtig in een
isolement. Reden was de Vietnamese bezetting van Cambodja. Na een
reeks grensincidenten viel Vietnam in 78 het buurland binnen. De
Vietnamezen verjoegen het bewind van de Rode Khmer.
De inval in Cambodja betekende het breekpunt in de toch al broze
betrekkingen met China. De relatie was verstoord door de
antikapitalistische campagne in 1978, waarbij vooral eigendommen
van Chinese afkomst het moesten ontgelden. Honderdduizenden
Vietnamese Chinezen vluchtten naar China.
18 Bootvluchtelingen De economische situatie
aan het begin van de jaren 80 was belabberd. In het zuiden werd
de versnelde overgang naar het socialisme een grote mislukking.
Daarnaast putte de bezetting van Cambodja de schatkist uit en
leidde tot een handelsembargo door de internationale
gemeenschap.
Deze slechte omstandigheden waren voor meer dan 1 miljoen
Vietnamezen reden om het land te verlaten, meestal in gammele
bootjes. De overlevenden kwamen terecht in vluchtelingenkampen in
Hong-Kong, Thailand of Maleisië. In 91 stopten deze landen
met het verlenen van asiel en men begon aan een gedwongen
repatriëring. Anderen kozen een vluchtweg door zich aan te
melden als gastarbeider in de Oostbloklanden. Ze kwamen terecht
in Oost-Duitsland, Polen en Tsjechoslowakije.
Aan het eind van de jaren tachtig werd een programma opgesteld
onder toezicht van de Verenigde Naties om de emigratie van
vluchtelingen uit Vietnam in goede banen te leiden. Naast de V.S.
verklaarden zich nog 40 westerse landen bereid om Vietnamese
emigranten op te nemen. In aanmerking komen personen met familie
in het buitenland, inwoners die op enigerwijze hebben
samengewerkt met de Amerikanen tijdens de oorlog en de
Amerasians.
19 Doi Moi In 1986 introduceerde de regering
de Doi Moi. Deze hervormingspolitiek betekende een
liberalisering van het economisch leven, zonder dat de politieke
vleugels te veel gekortwiekt werden. De economische hervormingen
hebben meer welvaart gebracht, maar ook de kloof tussen arm en
rijk vergroot. In het zuiden gaan de ontwikkelingen veel sneller
dan in het noorden en er dreigt opnieuw een tweedeling in het
land te ontstaan.
20 De laatste ontwikkelingen Hoewel de Doi
Moizijn vruchten heeft afgeworpen, kwam de economische
ontwikkeling vooral ten goede aan het zuiden. Daarnaast waren de
corruptie onder politici en hoge ambtenaren een doorn in het oog
van velen. De onvrede vertaalde zich in 1997 in de
verkiezingsoverwinning van een groep jongere hervormers onder de
leiding van Phan Van Khai, die zich als premier inzette voor
verdergaande economische hervormingen en de strijd aanbond tegen
de corruptie. Zijn beleid leidde tot toename van de export en
buitenlandse investeringen. Hij werd in 2002 herkozen tot
premier.
Verslag van de reis
Zaterdag 22 oktober: Brugge - Ieper -
Paris
We rijden met de bus vanuit Ieper naar de Parijse luchthaven,
Charles de Gaulle. Zoals voorzien, stijgt het vliegtuig om 14 u
op voor een rechtstreekse vlucht naar Hanoi.
Zondag 23 oktober: Hoan Kiem -
Hanoi

Rond halfzeven in de morgen verlaten we de luchthaven in Hanoi
onder een aangename temperatuur. We maken kennis met onze eerste
gids, Dong, die toevallig dezelfde naam heeft als de munteenheid
van het land … We noteren dat 1 euro gelijk is aan 1939
dong en het cijferwerk kan beginnen …
Na inchecken in het hotel Hoa Binh, worden we meteen in het volle
verkeer van Hanoi gegooid. We begrijpen algauw wat de gids
bedoelde met: ‘als je in het drukke verkeer komt en je
moet de straat over, moet je goed uitkijken en immer voortgaan,
nooit stilstaan en zeker nooit achteruitgaan!’ En toch
heeft iemand van ons aan den lijve ondervonden hoe het voelt als
het even verkeerd loopt.
We rijden met een cyclo temidden van een helse drukte, getoeter
en belgerinkel, mensen die opzij springen - we rijden net niet
tegen een auto aan - richting Sint-Jozefkathedraal, waar de
hoogmis van 11 u nog bezig is en waar opvallend veel volk
aanwezig is. De kathedraal werd tussen 1884 en 1886 gebouwd op de
plaats van de Bao-Thienpagode en is de oudste katholieke kerk van
Hanoi. Voor de kathedraal staat een beeld van Maria met kind. De
kerk heeft brede vierkante torens, is gebouwd in de neo-gothische
stijl en maakt een grauwe en massieve indruk. We lopen even rond
het gebouw en bemerken aan de achterkant een fresco met het
levensverhaal van Jezus. Vandaar terug de cyclo in en tussen de
honderden moto’s, die ons zowel rechts als links
voorbijsteken, rijden we naar het Hoan Kiem meer.
Het meer ligt midden in het centrum van Hanoi en is een oase van
rust in dit drukke stadsdeel. De Fransen noemden het ‘Petit
Lac’.
Aan de naam van het Hoan Kiem meer, het meer van het teruggegeven
zwaard, is een legende verbonden. In het begin van de 15e E
hielden Chinese troepen van de Ming-dynastie het noorden van
Vietnam bezet. Op een dag vond een visser in zijn netten een
magisch zwaard. Hij gaf het aan generaal Le Loi die in een
verbeten strijd was verwikkeld met de Chinezen. Met behulp van
het zwaard wist Le Loi de bezetter te verdrijven en hij riep
zichzelf uit tot keizer Ly Thai To. Bij de viering van de
overwinning op een boot op het meer, dook plots een
reuzenschildpad op die het zwaard uit de handen van de keizer
rukte. Deze trok daarop de conclusie dat het zwaard naar zijn
oorspronkelijke plaats was teruggekeerd en gaf het meer zijn
huidige naam.
Op een eilandje in het meer ligt de Ngoc-Sonpagode (pagode van de
Jadeberg). Al tijdens de Tran-dynastie (1225-1400) stond hier een
heiligdom, maar de huidige tempel is uit de 19e E.Op de oever
voor de tempel staat een 9 m hoge toren in de vorm van een
penseel. Deze toren uit 1864 is gebouwd ter nagedachtenis van een
eminente confuciaanse geleerde. Drie poorten leiden naar een
gebogen, roodgeverfde houten brug, The Huc. Aan de overkant van
deze Brug van de Rijzende Zon ligt het eilandje met de
Ngoc-Sonpagode, met drie vertrekken. De middelste kamer is gewijd
aan de berschermheilige van de schrijvers en aan een beroemde
arts. In de achterste kamer vereert men Tran Hung Dao, de
generaal die in de 13e E de Mongolen versloeg. In een ruimte
naast de tempel is een opgezette reuzenschildpad te zien. Het 250
kilo zware dier werd in 1968 in het meer gevonden. Men schat de
leeftijd op 400 jaar en daarmee is het dier net niet oud genoeg
om voor de legendarische schildpad van Le Loi te kunnen
doorgaan.
Na de lunch rijden we naar het hotel terug en genieten van een
vrije namiddag, de enen om wat te rusten, de anderen om een
wandeling te maken naar het station, naar de post, naar het meer,
of gewoon wat rond te slenteren tussen de straatjes en de geuren
op te snuiven tussen de eetstalletjes en we raken niet uitgekeken
op het af-en aanrijden van de brommers en motoren. Iemand van
onze groep heeft er zo’n 170 per minuut geteld.
Maandag 24 oktober: Ninh Binh
We vertrekken met twee aparte bussen (voor de ingewijden,
‘euro- en dollarbus’) en stoppen eerst bij de bank
waar twee geldkoeriers van onze groep zorgen voor de nodige
dongs.
We rijden richting Ninh Binh en krijgen van onze gids (Thiem,
gids van de dollarbus) uitleg over de graven die we her en der
zien, soms temidden een rijstveld. De Vietnamezen hebben heel
veel respect voor de doden en onderhouden zo een vooroudercultus.
Ze geloven in reïncarnatie en begraven daarom hun doden met
geld en juwelen. Eerst wordt het lijk in de aarde begraven en na
drie jaar terug opgegraven, de beenderen worden gewassen en
opnieuw begraven dit keer in een betonnen of stenen graf. Vooral
in het gebergte en op het platteland worden heel mooie graven
opgericht. Niemand raakt ooit een graf aan uit schrik voor de
straf van de geesten.
We rijden voorbij de eerste rijstvelden en de gids legt uit dat
Vietnam de 2e grootste rijstexport heeft na Thailand. In het
zuiden zijn er drie oogsten, in het noorden twee.
Ninh Binh op 90 km van Hanoi is een geliefkoosde plek voor veel
inwoners van Hanoi, die er in het weekend vertoeven. Voor de
lunch brengen we een bezoek aan Bich Dong. Dit complex bestaat
uit drie pagoden: een pagode aan de voet van de berg en twee in
de grotten hoog in de rotsen. De tempels zijn in de 13e E gebouwd
door twee monniken.
Het hoogste doel bij het boeddhisme is het bereiken van het
nirwana. Hier letterlijk door het beklimmen van veel trappen via
verschillende niveaus. Het wordt een aangename klim naar boven,
vanwaar het uitzicht heerlijk is.

Na een lekkere lunch nemen we in Van Lam Village de roeibootjes
voor een tocht van 6 km naar de Tam Coc grotten, waar we
onderdoor varen. Het zicht op het karstgebergte rondom is
schitterend en doet denken aan de streek van Guilin in China. Met
struiken begroeide rotsen rijzen loodrecht op uit het water en
geven de streek een sprookjesachtige sfeer en in ons geval maakt
een nevelige sluier de stemming compleet. De bootjes varen door
drie druipsteengrotten met stalactieten.
De streek rond Van Lam staat bekend om borduurwerk van hoge
kwaliteit. Tijdens de boottocht bieden vrouwen geborduurde
tafelkleren aan. We mochten allemaal ondervinden hoe opdringerig
de verkoopsters wel zijn!
Nog net op tijd voor het vallen van de avond komen we aan bij de
kathedraal van Phat Diem, gebouwd in de 2e helft 19e E. Het is
een complex met meerdere bouwwerken, in Chinees-Vietnamese stijl,
met een vleugje westerse gotiek. Aan het beeld van de H.Petrus en
de mooie piëta merken we de westerse invloed. In de
klokkentoren werd een enorm zware klok opgehangen. Daartoe werd
een aarden helling aangelegd tot de top en later werd hiermee de
grond rondom 1 meter opgehoogd. Als men op de klok slaat kan de
prachtige galm tot zes gemeenten ver in de omtrek gehoord worden.
Op de klok staat een Latijnse inscriptie naast Chinese letters om
de samensmelting van de twee culturen te symboliseren. Tijdens de
Franse kolonisatie was hier ook een seminarie. Bij de splitsing
van het land in Noord en Zuid (1954), vluchtten veel katholieken
naar het zuiden en werd de kathedraal gesloten. Nu wonen hier
opnieuw katholieken, die dagelijks de misvieringen bijwonen (twee
missen per dag en drie op zondag). We luisteren een ogenblik naar
de homilie en verstaan enkel het laatste woord
‘amen’. Binnenin is een afbeelding van de bisschoppen
onder wie ook Alexandre de Rhodes (1593-1660), Franse priester en
taalgeleerde die de Vietnamezen het Latijns schrift gaf. Op het
kerkhof naast de kathedraal lopen we langs het graf van de
stichter, priester en mandarijn, Père Six. Ook een
Mariabeeld in Vietnamese kleren, valt op.
Het is al donker als we bij het verlaten van dit complex nog
voorbij een grote platte vierkante monoliet komen, die de aarde
symboliseert, met een boog erboven die de hemel voorstelt.
Volgens de Vietnamese filosofie was de aarde vierkant en de hemel
rond. Ook is de platte steen het symbool van de tafel van het
Laatste Avondmaal, vandaar de tekst: Cappella in cena Domini.
We dineren die avond op een buitenterras onder het gezang van de
krekels …
Dinsdag 25 oktober: Hoa Lu
We rijden naar Hoa Lu, de oude koninklijke hoofdstad van Vietnam
(10e – 11e E). (zie inleiding, punt 3) Onderweg wijst de
gids ons op de restaurantjes waar ‘hond’ geserveerd
wordt onder het opschrift ‘Thit cho’. Dit is voor de
Vietnamezen een delicatesse en wordt enkel gegeten op de laatste
dagen van de maandkalender, dit om de slechte geesten te
verdringen.
Ook heeft hij het even over de taal: tot in de 15e – 16e E,
waren er enkel Chinese tekens maar onder invloed van Alexandre de
Rhodes werden de Latijnse tekens in voege gebracht en de nodige
accentuering van de tekens, waardoor het Vietnamees met Latijnse
lettertekens kon weergegeven worden. De leerlingen op school
leren Engels als tweede taal, naast Chinees en Japans. Frans kan
enkel in bijkomend avondonderwijs gevolgd worden.
De gevels van de huizen langs de weg zijn opvallend smal en hoog.
Dit komt omdat de grond hier heel duur is. Beneden is er meestal
een winkeltje en de bovenverdiepingen zijn slaapvertrekken.
Wanneer een meisje huwt, gaat ze bij de jongen inwonen en zorgt
voor de familie van haar echtgenoot.
Onderweg houden we een paar fotostops, onder andere bij
waterlelievijvers.
We bezoeken Dinh Tien Hoang, een tempel gewijd aan de eerste
keizer van de Dinh-dynastie. Dit is dus een tempel (= gewijd aan
een koning of keizer, geen pagode (= gewijd aan Boeddha).
Bovenaan de ingangspoort bemerken we de ‘eenhoorn’,
een van de heilige dieren, symbool van trouw. Hierachter staat op
een ommuurd plein de stenen sokkel van een keizerlijke troon. Het
gebeeldhouwde voetstuk wordt geflankeerd door draken (symbool van
de keizer). In het achterste vertrek van de tempel bevindt zich
het beeld van keizer Dinh Tien Hoang vergezeld door zijn drie
zonen. Hier vertelt de gids een ingewikkeld verhaal over vader-
en broedermoord en over een mandarijn die zorgde voor het nodige
vergif bij deze moorden. Na de dood van de keizer trouwde zijn
weduwe met de eerste generaal, Le Hoan. Een tweede kleinere
tempel is aan hem gewijd. De Le-dynastie heerste 29 jaar.
Hoe komt het dat een tempeltoegang altijd een hoge opstap
heeft?
-tegen het vuil op de grond (!)
-om de kwade geesten tegen te houden (geesten vliegen er
tegenaan)
-uit respect voor de persoon aan wie de tempel gewijd is moet men
het hoofd buigen om binnen te stappen
Na dit bezoek rijden we verder (nog 400 km te doen!) en stoppen
onderweg om een foto te nemen van een betonnen boot en van graven
in het water.

We nemen het middagmaal in Mai Chau, een etnisch dorpje van de
Thai-bevolking, die in paalwoningen leven, temidden de
bananenbomen en de rijstvelden. We krijgen hier een mooie dans-
en muziekvoorstelling met orkest. Ze brengen voor ons het lied
van de lente en de oogst, van de ontluikende liefde en een
typische sabeldans, waarbij gedanst wordt tussen stokken die men
op een bepaald ritme open en toeslaat. Ook sommigen onder ons
wagen zich eventjes aan een schuchtere sabeldans … en
proeven van de rijstbrandewijn, die met bamboestokjes wordt
gedronken.
Na een lange en hobbelige weg doorheen het Vietnamese gebergte,
komen we op onze bestemming aan: het Trade Union hotel in Son
La.
Sommigen onder ons waren zo moe dat ze onmiddellijk na het
avondeten gingen slapen. Waren de anderen ondertussen getuigen
van een scène uit Fawlthy Towers? Een van de mannelijke
kamergenoten was immers op zoek naar zijn slaapgenoot en
herinnerde zich het nummer van de kamer niet meer. Toen hij met
handen en voeten aan de receptie probeerde uit te leggen dat hij
zijn kamer zocht, kon men de arme man echt niet begrijpen.
Tenslotte dacht een lieftallige dame achter de desk dat ze hem
verstond en vroeg hem prompt of hij misschien een massage wou.
Waarop hij zei: ‘ba neeninck verdoeme! Ik zoek myn
koamre!’
Woensdag 26 oktober: Son La - Dien Bien
Phu
Son La ligt op 660 m hoogte en is de hoofdstad van de provincie
Son La, een bergachtig gebied aan de grens met Laos. In de
provincie leven twaalf verschillende bergvolkeren, waaronder de
Muong, Dao Thai en Hmong. Son La was tussen 1908 en 1954 een
strafkolonie voor anti-Franse activisten.

We brengen een bezoek aan de gevangenis die herinnert aan hun
droeve lot. Aanvankelijk werden hier vooral pickpockets en andere
misdadigers opgesloten, later opstandelingen tegen de Franse
kolonialen. We bezoeken de cellen waar ze met 3 of 4, zelfs met
20 samenhokten en we huiveren in de kamer zonder licht of lucht
waar de terdoodveroordeelden hun trieste lot afwachtten. In het
museum kunnen we o.a. zien dat er op 3 augustus 1943 een poging
tot ontsnapping geweest is. We staan even stil bij de tekst van
het gedicht geschreven door Xuan Thuy:
By nights the cold wind blows gently
But the days are covered with gloomy dew
In de vroegere kazerne is nu een museum met artefacten van de
zwarte Thai, waaronder muziekinstrumenten, juwelen, oude
geschriften, vlechtwerk, aardewerk, geweven stoffen, …
We rijden verder richting Dien Bien Phu en houden een
interessante fotostop bij kweekvijvers voor vis, met een
pompsysteem via een noria en bamboestokken. We bezoeken een
plaatselijke markt van de zwarte Thai. De meeste vrouwen dragen
een lange zwarte sarong en een roze, paars of groen hesje met
zilveren gespen en mooie hoofddeksels. We nemen foto’s van
uitgestalde vleeswaren, levende wormen, … maar ook van
vrouwen die alcohol proberen aan de man te brengen, vrouwen die
hun grijze haren laten epileren, … een bord bij de opticien
waar geen letters, maar tekens opstaan: een o met opening naar
links of naar rechts … en van motorrijders die hun kroost
meevoeren en daarnaast ook nog alle mogelijke en onmogelijke
voorwerpen …
Wanneer we terug op de bus zijn is het ongeveer elf uur en de
leerlingen komen van school. De gids vertelt dat er in twee
shiften wordt lesgegeven (omwille van plaatsgebrek): van 7 u tot
11 u en van 13 u tot 17 u. De leerlingen van de lagere school
dragen hier een rode sjerp. Deze werd in de tijd door Ho Chi Minh
als beloning gegeven aan de goeie leerlingen en wordt nu door
alle leerlingen van de lagere school gedragen. De schoolplicht
gaat tot 15 jaar in de steden en tot 10 jaar op het platteland.
De lagere school is gratis. Na de lagere school volgt het lyceum,
en wie (naar voorbeeld van de Franse scholen) slaagt in ‘le
bac’ kan naar de universiteit. De anderen volgen een
militaire opleiding, maar ook de universitairen moeten
krijgskunst studeren en moeten ook een aantal maanden dienst doen
in het leger.
We stijgen tot 1800 meter, een lastige klim met veel putten en
bulten op de weg, des ‘lits de poules’, maar nog meer
‘lits d’éléphants’, zoals onze gids
het humoristisch verwoordt. We genieten van prachtige
vergezichten!
Dien Bien Phuligt in de vallei van Muong Thang. De
benaming betekent letterlijk ‘Belangrijkste
Grenspost’. De grens met Laos is vlakbij. Deze plaats
beleefde een bewogen geschiedenis en werd door vele indringers
onder de voet gelopen. Zo passeerden hier de bergstammen van Thai
en Hmong, de Chinezen, de Fransen, maar ook de Japanners die het
vliegveld bouwden. De werkelijke slag om Dien Bien Phu begon op
Muong Thanh, maar er was veel aan voorafgegaan. (zie inleiding,
punt 5 tot en met 10)
In het museum staat alles in het teken van de overwinning van de
Vietnamezen op de Fransen. We lezen: Le peuple du sud
d’un même cœur s’est soulevé en
résistance contre les agresseurs colonialistes, le 27
septembre 1945’. We kunnen niet naast de beelden kijken
van Ho Chi Minh en generaal Giap (commandant van de Viet Minh).
Zonder dat de Fransen het merkten wist deze geniale generaal
zwaar geschut naar de toppen van de heuvels rond het dal te laten
slepen. Op het moment dat de artilleriebeschietingen vanuit de
heuvels begonnen, wisten de Fransen dat ze in de val zaten. Op 7
mei moest generaal De Castries zich overgeven. De strijd had 56
dagen geduurd en aan 3000 Fransen het leven gekost. De verliezen
aan de kant van de Viet Minh waren nog groter, maar de val van
Dien Bien Phu betekende het einde van het koloniale bewind in
Vietnam. Franse bevelhebbers (onder wie kolonel Pirote) hebben
toen zelfmoord gepleegd.

De tentoonstelling in het museum bestaat vooral uit
fotomateriaal, met o.a. afbeeldingen van de dropping van Franse
para’s in 1953, van Viet Minh-troepen die een kanon de
berghelling opsleuren en de Franse capitulatie, een foto van Ho
Chi Minh die de onafhankelijkheidsverklaring voorleest in Hanoi
op 2 september 1945, …. Verder zien we
bevoorradingsmaterieel, waaronder sleeën, kruiwagens en
versterkte fietsen. Een maquette en een videofilm maken het beeld
van de belegering compleet.
Tegenover het museum ligt de militaire begraafplaats van
honderden gesneuvelde Viet Minh-soldaten, waarvan het merendeel
onbekende soldaten.
Naast de erebegraafplaats ligt heuvel A1 (Eliane-heuvel). De
verdediging van Dien Bien Phu was voor een groot deel gebaseerd
op vijf versterkte heuvels, met in het centrum A1. Nadat de
buitenste drie heuvels in maart 1954 waren veroverd, volgde in
mei de eindaanval op A1. Op de top van de heuvel bevinden zich
een herdenkingsteken, een Franse tank en loopgraven (door de
Fransen gegraven). We zien ook een grote bomkrater (veroorzaakt
door 1000 kilo springstof).
We dineren en overnachten in het sober Muong Thanh-hotel.
Donderdag 27 oktober: Dien Bien Phu -
Sapa
Vooraleer een lange tocht door de bergen naar Sapa aan te vatten,
brengen we eerst nog een bezoek aan de bunker van generaal De
Castries. Dit was de laatste plaats van overgave. Bovenop deze
bunker plaatste Ho Chi Minh op 7 mei 1954 de Vietnamese vlag met
de leuze: ‘Poursuivre un combat à outrance, être
décidé à vaincre’. We lopen door de bunker
en vernemen van de gids dat op deze plaats kolonel Pirote op 15
maart zelfmoord pleegde.

We rijden daarna naar Sapa door een streek van ongeëvenaarde
schoonheid. We houden onderweg een paar keer een fotostop, o.a.
bij een plaats waar we goudzoekers aan het werk zien, bij een
watervalletje en we fotograferen vrouwen en kinderen in typische
klederdracht. De eentonigheid van de lange bergrit wordt
doorbroken door gesprekken, verhalen en liedjes, die ons dichter
bij elkaar brengen en ons vrolijk maken. Na uren rijden en
honderden banaanbomen merkt een van de mannelijke passagiers (in
de dollarbus) op dat hij al veel banaanbomen zag, maar nog geen
bananen! Waarop reactie van de anderen dat hij beter moet kijken;
Iedereen begint naarstig uit te kijken naar bananen … we
komen voorbij een huis waar een vrouw met ontbloot bovenlijf zich
gebukt staat te wassen. Onze passagier in kwestie reageert prompt
en zegt: ‘’t zijn toch maar kleintjes’. De
medereizigers denken meteen aan kleine banaantjes, maar de
persoon in kwestie specifieert: ‘’t waren maar kleine
punaiskes!’ Of hoe iemand erin slaagt geen bananen te zien,
maar wel … (puntje, puntje, puntje)

We houden nog een laatste stop op 2500 m om de zonsondergang te
fotograferen en het is al flink donker als we in het luxueuse
Victoriahotel aankomen in Sapa.
Vrijdag 28 oktober: Sapa
Het bergstadje Sapa ligt in een vallei in het Hoang Lien
Gebergte. Het ligt op 1500 m hoogte, heeft een aangenaam klimaat
en is een ideaal oord om de zomerse hitte te ontvluchten. In de
winter kan het er koud worden met temperaturen rond het
vriespunt. In Sapa wonen verschillende etnische volkeren samen:
de Witte Thai, de Zwarte Thai, de Zwarte Hmong, de Rode Dao (uit
China geëmigreerd sinds de 13e E). Pittig deatil: deze Dao
eten geen hond! De Fransen bouwden dit plaatsje in 1922. Ze
werden aangetrokken door de prachtige natuur en het aangenaam
klimaat. Vandaar dat hier nog veel koloniale woningen te zien
zijn.

We maken een wandeling door de rijstvelden en door kleine dorpjes
van de Hmong. Overal onderweg worden we aangeklampt door kinderen
en jonge vrouwen die al van jongsaf leren marchanderen. Ze zijn
fier en willen niet dat je hen over het hoofd aait. Ze nemen geen
snoepjes aan als je hun koopwaar niet wilt. Ze geven niet op en
lopen desnoods mee tot je terug de bus opstapt aan de andere kant
van het dorp. Ze durven al eens agressief te zijn als je niets
koopt! Onderweg zien we vernuftige irrigatiesystemen op de
rijstvelden en een ja-knikkende maniokstamper, door water
aangedreven. De weg gaat dwars door een lagere school, waar we de
kinderen zien turnen op een modderige zandweg. In de open klasjes
zitten ze op lage stoeltjes hun lesjes te reciteren. We hopen dat
onze geldelijke bijdrage aan dit schooltje mag helpen om degelijk
schoolmateriaal voor deze kinderen te kopen, …

We hebben verder genoten van een vrije namiddag in Sapa om te
winkelen, om naar huis te mailen, om te zwemmen, om te rusten, om
te schrijven …
Zaterdag 29 oktober: Can Cau

Na een lange busrit, bergneer, bergop, komen we 120 km verder aan
in Can Cau, voor een van de meest fascinerende openluchtmarkten
van Vietnam. Komt hierbij nog dat het flink geregend heeft en dat
zowel de verkopers als de toeristen ploeteren in de modder. We
houden ons vast waar we kunnen en proberen toch nog foto’s
te nemen van de Montagnards die naar de markt komen om zich te
bevoorraden van etenswaren en van alles en nog wat.

Iemand van ons vindt er een gepaste plastic-regenmantel, die hij
nog van doen zal hebben op de verdere reis. Het is een kleurrijk
geheel: de vrouwen dragen een donkere rok en beenwindsels, een
indigoblauw mouwloos vest met geborduurde kraag, haarband en
opvallende grote zilveren oorringen. Na dit modderbad doen we
zoals de plaatselijke bevolking en we spoelen onze schoenen en
voeten in de beek; geen nood als het water plots wat heviger
stroomt, je bent zo weer droog … de mensen beleven plezier
aan de langneuzen die hier toeren uithalen om zich staande te
houden. Na de lunch in Bac Ha, valt de geplande trekking
letterlijk in het water. Dan maar terug naar Sapa! Op de terugweg
stoppen we nog bij het paleis van de Hmong-koning dat in 1921
door de Franse kolonialen werd gerestaureerd. En we houden ook
nog even halt aan de Chinese grens, waar de grenspaal 102
aanduidt waar Vietnam en China van mekaar gescheiden zijn. Op de
muur van een grensgebouw staat geschreven: La porte
frontalière mondiale LAO CAU. Een douanier-grenswachter die
de visa van de doorgangstoeristen controleert, maakt zich kwaad
als we hem willen fotograferen! Onze gids vertelt dat ze langs de
Chinese kant van de grens grote gebouwen oprichten om aan te
tonen dat zij de machtigsten zijn! Er zijn voortdurend kleine
grensconflicten tussen beide landen, vaak tussen schippers op de
Rode Rivier, de natuurlijke grens tussen beide landen. Het
laatste groot conflict dateert uit 1979. Met de Russen komen de
Vietnamezen beter overeen. C’est le grand frère (dixit
onze gids).
Zondag 30 oktober: Sapa - Bac Ha -
Hanoi

We vertrekken in een regenbui die vandaag niet zal overgaan
… We gaan naar de markt van Bac Ha: op zondag heeft hier de
grootste en meest kleurrijke markt van de provincie plaats. We
lopen er langs schreiende biggen, loslopende ezels en
rietsuikerknabbelende mensen … alweer door een modderpoel.
We hebben ogen te kort om alles waar te nemen en op ons netvlies
vast te zetten. De kleuren kunnen we met ons fototoestel
vastleggen, de geuren jammer genoeg niet ! Dit kunnen we achteraf
niet doorvertellen. Je moet het zelf beleefd hebben! We stappen
terug op de bus en houden nog een paar keer een korte stop op
onze lange en hotsebotsende terugweg naar Hanoi. Van deze stops
maken we gebruik om nog foto’s te maken van een hangbrug,
van jonge meisjes die met een schop een zak zand aan het vullen
zijn en er zowaar naast scheppen als iemand van ons hen
fotografeert! En groepjes kinderen die blij naar de digitale foto
van henzelf kijken … en vooral blij zijn met de
stylo’s van een milde schenker onder ons gezelschap! Op
vraag van iemand uit de groep, vertelt onze gids onderweg nog
over de militaire opleiding van de jongeren. Zij die ervoor
kiezen krijgen een harde opleiding van 5 jaar. De eerste jaren
zijn vooral een practische opleiding, de volgende jaren opleiding
in militaire krijgskunst. Iedere jongere is verplicht 2 jaar te
doen. In de steden proberen de jongens hier tussenuit te muizen,
maar op het platteland doen ze het wel, omdat ze na die 2 jaar
betaald worden en dit is voor de plattelandsbevolking heel erg
welkom. En daarna een vraag over het huwelijk. Bij de
bergvolkeren gebeurt het nog wel dat de ouders bepalen met wie
een meisje moet huwen (soms heel erg jong!). Soms ook wordt het
meisje door de jongen ontvoerd en zwanger gemaakt, zodat haar
vader voor een voldongen feit staat en zijn dochter dan maar moet
laten gaan. Van de jongen wordt verwacht dat hij voor de
bruidsschat zorgt onder de vorm van juwelen, geld, buffels,
… Het meisje trekt in bij de jongen en zorgt voor zijn
familie. De drie belangrijkste zaken voor een Vietnamese man
zijn: een buffel, een vrouw en een huis. De geboorte van een kind
gebeurt thuis. De moeder van de zoon helpt bij de bevalling. De
placenta van een zoon wordt onder de steunpaal van het huis
begraven en de placenta van een meisje onder het bed. We snappen
de symboliek! Dit gebeurt enkel nog op het platteland! Hier zijn
ook geen dokters en veel genezingen gebeuren met
kruidenbereidingen. Hoe krijgen de mensen hier hun post
toebedeeld? Er zijn postbodes die de post te voet tot bij de
‘burgemeester’ van het dorp brengen en hier kan die
dan ook worden opgehaald. Waarom de mannen hun wenkbrauwen en
voorhoofdhaar epileren? Dit gebruik dateert nog uit de tijd van
de Franse kolonialen, die dit om hygiënische reden eisten
van de Vietnamezen die bij hen in het huishouden werkten.

Als we bij valavond in Hanoi aankomen, wordt de stad overspoeld
door joelende groepen motorrijdende jongeren die op deze manier
en met zwaaiende vlaggen de voetbaloverwinning tegen Japan
vieren! Even terzijde: Alle merken van motoren zijn hier te
vinden, van goedkoop tot heel duur (uit China, Thailand, Vietnam
zelf en uit Japan). De kostprijs gaat van 500 tot 2000 dollar. We
overnachten opnieuw in het Hoa Binh hotel.
Maandag 31 oktober: Hanoi
Vandaag staat heel wat op het programma. Allereerst bezoeken we
de tempel van de Literatuur, die zich op 1 km ten zuiden van het
mausoleum van Ho Chi Minh bevindt. De tempel werd in 1070 door
keizer Ly Thanh Tong opgericht ter ere van Confucius en is gewijd
aan wetenschap en literatuur, zaken die tot op de dag van vandaag
in hoog aanzien staan in Vietnam. Zes jaar na de oprichting werd
in de tempel de Quoc Tu Giam (School voor de Bloem der Natie)
gevestigd. Deze eerste universiteit van het land onderwees zonen
van de adel de confuciaanse waarden en leidde hen op tot
bestuursambtenaar. Bij uitzondering liet de school ook
uitblinkende kinderen uit het gewone volk toe. Tussen 1443 en
1778 vonden hier eens per drie jaar nationale examens plaats die
recht gaven op toetreding tot het bestuursapparaat. Keizer Gia
Long verplaatste het opleidingsinstituut in 1802 naar de nieuwe
hoofdstad Hué. De hoofdpoort geeft toegang tot het 2,5 ha
grote terrein. Vier kolommen met mythische dieren (draak,
eenhoorn, fenix, slak) vormen drie toegangspoorten. De grootste
ingang was voor de koning, de zijpoorten voor de mandarijnen.
(Drie is voor de Vietnamezen een heilig getal en symboliseert :
de Hemel, de Aarde en de Mens). Het complex bestaat uit vijf
hoven (binnenplaatsen), van elkaar gescheiden door muren. Ook het
getal vijf is hier symbolisch voor de vijf pijnen van het leven:
geboorte, ziekte, ouderdom, dood en scheiding. De eerste twee
hoven hebben geen bebouwing. Boven de poort tussen de tweede en
derde hof bevindt zich het fraaie, houten Paviljoen van het
Zevengesternte. In dit paviljoen declameerden geleerden gedichten
en lazen literatuur. Hier vinden we de perfecte harmonie terug
tussen het 1ste niveau (de aarde = vierkant), 2e niveau (waar
gedeclameerd werd door de mens) en het 3e niveau (de sterrenhemel
= rond). De derde binnenplaats heeft in het midden een vijver,
Bron van het Hemelse Licht. Het water is een spiegel waarin je de
weerspiegeling ziet van jezelf, ook van je fouten en gebreken,
met de bedoeling die te verbeteren. Aan weerskanten van de hof
staan 41 stèles, op de rug van een stenen schildpad. Het
zijn gedenktekens ter ere van de geslaagden voor de nationale
examens. De 82 stèles bevatten de namen, de geboorteplaatsen
en verdiensten van 1306 gepromoveerden. De schildpad is het
symbool voor ‘la longévité’ het blijven
voortbestaan door geletterdheid. Wij zouden zeggen: Wie schrijft,
die blijft! Op de vierde binnenplaats bevindt zich de hoofdtempel
met een beeld van Confucius en zijn vier meest toegewijde
leerlingen. Het confucianisme is geen godsdienst, wel een
filosofie, gebaseerd op het gedachtegoed van de Chinese wijsheer,
Confucius (551-479 v.Chr.) De leer van Confucius benadrukt
ethische en moralistische principes. Confucius ging uit van een
strenge hiërarchie, waarbij men gehoorzaam dient te zijn aan
zijn meerdere: de onderdaan aan de vorst, de zoon aan de vader,
de vrouw aan de man. Daarnaast moet ieder individu zich houden
aan bepaalde gedragsregels, zoals oprechtheid, rechtvaardigheid
en trouw. In het confucianisme speelt het onderwijs een grote
rol. Wie tot de keizerlijke ambtenarenklasse, de mandarijnen,
wilde toegelaten worden, moest strenge examens afleggen. Op de
laatste hof stond vroeger de bibliotheek, maar die is verwoest en
de locatie is niet meer toegankelijk. We bemerken de typische
drumtoren en klokkentoren langs weerszijden van het complex.
Meestal werd een ceremonie aangekondigd door een alternatief
samenspel tussen beiden. Vandaar gaat het naar het Mausoleum van
Ho Ch Minh, in het westen van de stad. Het is gebouwd met
Russische hulp (tussen 1973 en ‘75) op de plaats waar Ho
Chi Minh op 2 september 1945 de onafhankelijkheidsverklaring
voorlas. Het 21 m hoge mausoleum is een donkergrijs bouwwerk in
de vorm van een kolossale kubus. Als bouwmateriaal gebruikte men
marmer uit de marmerbergen bij Danang. Ho Chi Minh werd in 1890
geboren in Annam in het centrum van het land. Hij was de zoon van
een ambtenaar die om zijn anti-Franse standpunten ontslagen was.
Na zijn opleiding aan een middelbare school in Hué en een
korte loopbaan als leraar, vertrok hij in 1911 als hulpkok op een
Frans schip naar Europa. Hij vestigde zich in Londen en Parijs,
waar hij de kost verdiende als tuinman, kelner en
fotoretoucheerder. In de Franse hoofdstad leerde hij de Franse
vrijheidsprincipes ‘Liberté, Égalité,
Fraternité’ kennen en vond dat dit helemaal niet
strookte met de situatie in zijn land. Vanuit Parijs begon hij
aan een lange strijd voor de onafhankelijkheid van zijn land. In
1920 sloot hij zich aan bij de communistische partij. Tussen 1923
en 1925 verbleef hij in Moskou op uitnodiging van de
Communistische Internationale. In 1925 vertrok hij naar Kanton in
het zuiden van China, waar hij de Vietnamese Revolutionaire
Jeugdliga oprichtte, die vijf jaar later omgevormd werd tot de
communistische partij van Indo-China. De partij had vooral
aanhang onder de landloze boeren. Tussen 1930 en 1940 verbleef
hij in de Sovjet-Unie en in China. In 1941 keerde hij na een
verblijf van 30 jaar in het buitenland, naar Vietnam terug. Hij
had ondertussen de naam Ho Chi Minh aangenomen (hij die Licht
brengt). Hij richtte de Viet Minh op, een verzameling van
nationalistische groepen onder leiding van de communisten. De
Viet Minh vocht een guerillaoorlog tegen de Japanners en kreeg
daarbij steun van de Amerikanen. Na de Japanse capitulatie in
1945 riep de Viet Minh de Democratische Republiek Vietnam uit met
Ho als president. Na de terugkeer van de Fransen leidde hij acht
jaar lang een guerilla tegen de voormalige kolonisator, met als
uitkomst de verpletterende nederlaag van de Fransen bij Dien Bien
Phu (zie hoger). Ho Chi Minh heeft de vereniging van noord en
zuid niet meer mogen meemaken, want hij stierf op 3 september
1969 in Hanoi. Zes jaar later veroverden troepen van het
Noord-Vietnamese leger en de Viet Cong Saigon en noemden die stad
Ho Chi Minh-stad, uit eerbetoon aan hun overleden leider.
Aangezien Hanoi de administratieve hoofdstad van het land is,
bevindt zich hier ook op hetzelfde plein als waar het mausoleum
staat, het gebouw van de Nationale Vergadering. Dit parlement
telt één kamer. De leden worden door middel van
algemeen kiesrecht voor vijf jaar gekozen. De Nationale
Vergadering komt slechts twee keer per jaar bijeen.
Verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken is een
staatsraad die wordt gekozen door de leden van het parlement en
die als permanent orgaan optreedt. De uitvoerende macht is in
handen van de regering die bestaat uit een premier,
vice-premiers, ministers en overige leden. De
volksvertegenwoordiging benoemt de minister-president en de
regering is verantwoording schuldig aan het parlement. Het
staatshoofd is de president. Hij wordt gekozen door en uit de
leden van de Nationale Vergadering aan wie hij verantwoording
schuldig is. De ambtstermijn is vijf jaar. Hij is tevens
opperbevelhebber van de strijdkrachten en voorzitter van de
Nationale Defensie- en Veiligheidsraad. In een botanische tuin
achter het mausoleum ligt het presidentieel paleis, gebouwd in
1906 als ambtswoning voor de gouverneur-generaal van Indo-China.
Het wordt nu gebruikt voor officiële ontvangsten. Na zijn
benoeming tot president weigerde Ho Chi Minh er te wonen. Hij gaf
de voorkeur aan een houten huis achter het paleis. Van het paleis
loopt een pad naar het huis van Ho Chi Minh: een eenvoudige
houten paalwoning, gebouwd in 1958. Deze woning is gemaakt naar
het voorbeeld van een bergwoning bij de Thai-bevolking. (Toen hij
na 30 jaar ballingschap naar zijn land terugkeerde, verbleef hij
eerst vijf jaar bij de Thai’s in het noorden.) Hij woonde
in dit houten huis tijdens de oorlog. In de ruimte op de begane
grond overlegde hij met zijn militaire commandanten en andere
leiders. Zijn slaap- en studeerkamer bevinden zich op de
bovenverdieping. De woning ligt aan een visvijver en is omringd
door fruitbomen, moerascypressen, hibiscussen, …. Van het
huis van Ho Chi Minh loopt een pad langs souvenirkraampjes en
boekenstalletjes, naar de Eenzuilige Pagode. De pagode werd in
1049 gebouwd door keizer Ly-Thai Tong. Volgens de overlevering
kreeg de kinderloze vorst op een nacht een droom, waarin de godin
van de genade hem een zoon voorhield. Kort daarop trouwde de
keizer een boerenmeisje en zij schonk hem inderdaad een
mannelijke troonopvolger. Ly zag dit als een geschenk van de
godin en liet een tempel ter ere van haar oprichten. De tempel is
door de eeuwen heen vaak verwoest, maar telkens weer opgebouwd.
In 1954 staken Franse troepen uit wraak na de nederlaag in Dien
Bien Phu de tempel in brand. De heropbouw was na een jaar al
voltooid. De kleine houten pagode staat in het midden van een
lotusvijver en is een van de meest gefotografeerde
bezienswaardigheden van Hanoi. Oorspronkelijk rustte de pagode op
de stam van één boom, maar die is inmiddels door een
betonnen pilaar vervangen. In het heiligdom bevinden zich een
altaartje en een beeld van de veelarmige godin van de genade (la
déesse de la Miséricorde). Wanneer we van hier
vertrekken, rijden we voorbij de ambassadegebouwen, waar
momenteel een stil protest aan de gang is tegen de corruptie van
de overheid, waarbij sommigen niet moeten betalen voor het bezit
van een stuk grond … We lunchen die middag in een heel
chique restaurant, waar we als aperitief een glaasje
rijstbrandewijn krijgen, en verder een uitgelezen keuze aan
hapjes met vis- en vlees, soep met noedels, een potje com (=
rijst) en de typisch Vietnamese loempia (nem, gemaakt door
rijstpapier te vullen met gehakt varkensvlees, krab of garnalen,
mie, ui en groenten en het geheel vervolgens te frituren in de
olie). We eten natuurlijk allemaal met stokjes! Het stenen visje
dat in dit restaurant dienst doet als stokjeshouder, krijgen we
mee als souvenir! Na de lunch krijgen we wat vrije tijd om te
flaneren langs de drukke straten van Hanoi of langs het
Hoan-Kiemmeer. Vanop een terrasje genieten we van de
voorbijsnorrende motoren en van een lekkere koffie of een
Vietnamees biertje, in afwachting tot het waterpoppenspel begint.
Dit is een theatervorm die alleen in Vietnam voorkomt. Al tijdens
de Ly-dynastie (1010-1225) werden er waterpoppenspelen gehouden.
In de daaropvolgende eeuwen verplaatste het poppenspel zich van
het hof naar de dorpen in de delta van de Rode Rivier. Het
poppenspel vindt in het water plaats. Verborgen achter een scherm
staan de acteurs tot aan hun borst in het water en bewegen de
poppen met behulp van bamboestokken. Vroeger werd de voorstelling
in open lucht gehouden, in de visvijver. Nu zijn er speciale
theaters. De thema’s zijn: het boerenleven, de strijd tegen
de Chinese overheersing en de mythologie. Begeleid door zang en
muziek, beploegen boeren het land, proberen vissers met netten en
boten hun vis binnen te halen, verschijnen draken en feniksen op
het toneel, …. Wanneer we op onze hotelkamer komen, ligt
(net zoals de vorige avond in dit hotel) een papieren rolletje
klaar met een verhaal. Dit keer gaat het over Thi Kinh dat een
beetje doet denken aan hetgeen we vandaag vernamen over de
eenzuilige pagode. In het land van de Rustige Morgen leefde een
beeldschoon meisje dat heel wat rjke huwelijkskandidaten had.
Maar ze koos voor een onaantrekkelijke man zonder fortuin. Het
was een gelukkig huwelijk tot ze op een dag naar haar slapende
man keek en op zijn kin een weerbarstig haar ontdekte. Ze nam een
mes en wou het haar verwijderen, maar haar man schrok wakker en
dacht dat ze hem wilde doden. Ze was zodanig ontgoocheld door de
reactie van haar man dat ze zich in stilte terugtrok. Haar
stilzwijgen werd echter aanzien als een schuldbekentenis en ze
werd het huis uitgejaagd. Ze werd misprezen en beschuldigd. Door
iedereen verlaten, koos ze voor een leven van onthechting en ging
aankloppen bij een pagode, waar ze vroeg om te mogen binnentreden
in de monnikengemeenschap. Maar haar lijdensweg was nog niet ten
einde. Een van de gelovigen, een jong meisje, die naar de pagode
kwam bidden, merkte de schoonheid op van Thi Kinh. Toen ze haar
wou aanspreken, hield Thi Kinh haar tegen en vroeg om haar wens
tot stilzwijgen te respecteren. De jonge vrouw was kwaad omdat ze
afgewezen werd en ze gaf zich aan een man die haar zwanger
maakte. Ze legde het pasgeboren kind in een mandje bij de pagode
en stak er een brief bij die Thi Kinh ervan beschuldigde de
moeder te zijn van het kind, na betrekkingen met de bewuste man.
Zo werd ze ook uit deze gemeenschap gesloten en verjaagd. Ze wou
een einde aan haar leven maken, maar ze had medelijden met het
kindje. Ze ging bedelen om het te kunnen voeden en zo leefde ze
jarenlang met haar kind op de arm en haar bedelnap in de hand.
Toen ze uiteindelijk haar krachten voelde afnemen, sleepte ze
zichzelf naar de pagode en klopte voor de laatste keer aan de
deur van Boeddha. Ze vertelde haar ongelukkig verhaal aan de
overste en wenste dat niemand onheil zou overkomen die haar dit
alles had aangedaan. Toen de keizer van China dit verhaal na haar
dood vernam, gaf hij haar de titel van ‘Genadevolle
Beschermelinge van de Kinderen’ (protectrice
miséricorde). Je kan haar nog terugvinden in oude pagoden,
waar de heilige neerzit met haar kindje in haar armen en een
serene glimlach op haar gelaat.
Dinsdag 1 november: Halong
In de voormiddag gaan we naar het historisch museum, het vroegere
‘musée de l’École Française
d’Extrême Orient) met onder meer een afdeling van de
prehistorie, Chinese keramiek en mooie bronzen beeldjes uit de
19e en 20e eeuw. En veel herinneringen aan het turbulente
verleden, zoals de houten pinnen, die men onder het water
aanbracht om de Chinese Mongolen bij laagwater te verrassen. Ook
een schilderij waarop dit gebeuren afgebeeld staat. Andere
bezienswaardigheden: een begrafenisboot in ijzerhout met 107
voorwerpen (gereedschap, huishoudelijke voorwerpen, wapens,
muziekinstrumenten, die de dode naar het hiernamaals meenam). Een
houten kaartenset, door de Fransen gebruikt om belastingen te
innen. Een opiumset Een reclamepaneel met label: Hierna brengen
we een bezoek aan een gehandicaptencentrum. Veel jonge mensen
zijn nu nog altijd het slachtoffer van de toxische stoffen die
door de Amerikanen gebruikt werden om het gebied te ontbladeren
(Agent Orange).

Om 13 uur schepen we in op een luxeboot, de Bai Tho Junk
slaapboot voor een van de mooiste uitstappen van deze reis (de
Halong Baai). Deze boot is nog maar twee maand in gebruik. We
krijgen meteen een heerlijke lunch met zeevruchten (krab, grote
garnalen, calamar), vis van de streek en exotisch fruit als
dessert, waaronder de kleine lichi’s die zij longane
noemen. We varen langs een betoverend landschap, weliswaar in de
mist. De baai is bezaaid met 3000 eilanden die loodrecht oprijzen
uit het water van de golf van Tonkin. De eilanden bestaan uit
kalksteen en zijn begroeid met lage struiken. De meeste zijn
onbewoond. Dit landschap maakt deel uit van een keten die
doorloopt tot in Zuid-China, waar het schilders inspireerde tot
het maken van pentekeningen op zijde. De grillige rotseilanden
zijn een speling van de natuur. Wind, regen en golven hebben het
zacht kalksteen in de loop der tijden uitgesleten, zodat diepe
spelonken en grotten zijn ontstaan. Sommige grotten zijn 100 m
hoog. We gaan een van deze grotten bezoeken, maar bij het
uitstappen telt de gids slechts 28 personen. Wie en waar is
nummer 29? We hebben al vlug door wie de grote afwezige is, maar
horen later dat hij nog dringend een ‘douchke’ wou
nemen, kwestie van fris gewassen de grot te bezoeken. Je weet
maar nooit dat ook hier mooie poppetjes ons verwelkomen, zoals
daarnet op de boot. Geen poppetjes dus, maar wel prachtige
stalactieten en stalagmieten. De gids wijst ons op één
bepaalde stalactiet, die de vorm heeft van een rechtopstaande
penis, symbool van de vruchtbaarheid en een verwijzing naar de
relatie tussen hemel (het gewelf van de grot), aarde (de bodem)
en de mens (de penis). Na een heel eind varen, leggen we opnieuw
aan en beklimmen nog net voor het donker wordt, de 440 trappen
die naar de top van de Titov-heuvel leiden en van waaruit we
normaal gezien een mooie zonsondergang zouden meemaken, maar die
nu in de mist opgaat. We vangen nog net een glimp op van de rode
streep die de zon in de hemel achterliet … is dit een
hoopvol teken voor morgen? Na het avondeten aan boord, gaat het
winkeltje open en we kunnen er tegen een goeie prijs echte
parelsieraden kopen
Woensdag 2 november: Halong
We worden wakker met het gekletter van de regen tegen ons
kajuitvenster en we beseffen dus meteen dat de prachtige
zonsopgang voor een andere keer zal zijn … De nacht was
voor de enen al rustiger dan voor de anderen, maar iedereen
verschijnt opgewekt aan het ontbijt. Met kleine bootjes varen we
naar een overhangende grot. Dit is enkel bij laag water te doen,
want bij vloed zit deze doorgang onder water. We zien prachtige
roofvogels overvliegen en twee aapjes springen tegen de rotsen
aan. Na opnieuw een overheerlijke lunch aan boord van onze boot,
ontschepen we rond 12 u 15 en vinden onze bus terug, die ons naar
de luchthaven van Hanoi zal brengen. Onderweg houden we nog even
halt bij een ‘manufactury’ waar we ons opnieuw laten
verleiden tot het kopen van door gehandicapten gemaakte
voorwerpen, van parelsnoeren tot zijden lingerie … Met
enige vertraging nemen we om 18 u 15 de vlucht naar Danang.

Bij aankomst maken we kennis met onze nieuwe gids, mevrouw Tran
Thi Thang Huong, een kordate vrouw die een aardig mondje Frans
spreekt. Later vertelt ze ons dat haar vader, een ingenieur
Bruggen en Wegen onder Franse kolonialen studeerde en werkte. Ook
haar moeder heeft in en Franse school gestudeerd. Op weg naar het
hotel vertelt ze ons hoe het komt dat het vliegtuig vertraging
had. Een tyfoon, die over Danang en Hoi An raasde, heeft heel wat
schade aangericht. De luchthaven van Danang is 12 uur gesloten
geweest! We zien de afgeknapte bomen nog over de weg liggen en
heel veel plaatsen moeten het nog zonder elektriciteit stellen.
De gids spreekt over ‘des pluies torrentielles’ en we
zullen de eerstkomende dagen wel geweten hebben wat dit precies
inhoudt! We overnachten in het 4sterren Glory Hotel te Hoi
An.
Donderdag 3 november: My Son
Na de hevige regens zijn de rijstvelden veranderd in
‘bassins’, waarvan de vissers dankbaar gebruik maken
om er op forel te vissen. Sommige plaatsen zijn in modderpoelen
veranderd. We zien overal witte reigertjes. We houden even halt
om de vissers te fotograferen, die hun netten ophalen. Een
omvergevallen boom heeft hier de elektrische bedrading naar
beneden gehaald … Wat verderop zien we midden in de
rijstvelden twee grote begraafplaatsen van rijke eigenaars. In de
omgeving is heel wat artisanaat van bronsbewerking. Voor de
woningen bemerken we huisaltaren voor de verering van de
voorouders. Iedere morgen en avond worden wierookstokjes in
bronzen potjes gebrand om de afgestorvenen te eren. Dit gebeurt
zowel bij de gelovigen als bij de ongelovigen. ‘Alleen de
ziel telt. De rest is stof en zal vergaan’. Op onze weg
ontmoeten we ook nog een huwelijksauto en een begrafenisstoet.
Volgens de gids brengt het ene geluk, het andere ongeluk met zich
mee! De mensen die de begrafenisstoet volgen dragen witte kleren
en houden elk een bloem in de hand. Er zijn ook drie bonzen
aanwezig in gele en oranje gewaden, om de dienst voor te gaan. De
lijkwagen is versierd met drakenmotieven. De streek die we
vandaag doorkruisen maakte eeuwenlang deel uit van het koninkrijk
Champa. (zie inleiding, punt 2). Dit hindoerijk strekte zich uit
van het noorden van Danang tot in het zuiden van Vietnam. De
eerste Europeanen die hier in de 17e E. aankwamen, waren
Spanjaarden. De stad Danang was ook de eerste plaats in Vietnam
waar de Fransen aan land gingen. Op 8 maart 1965 landden 3500
Amerikaanse mariniers op het strand bij Danang. We zijn op weg
naar de Cham-tempels van My Son (Mooie Berg) op 40 km van Hoi An.
In het plaatselijke museum krijgen we uitleg aan de hand van een
plan van de site. Daarna rijden we in een Amerikaanse jeep naar
de site! Het tempelcomplex van My Son was in gebruik van de 4e
tot de 13e eeuw. Volgens een opschrift op een stèle die in
het dal is gevonden, stichtte koning Bhadravarman 1 in 380 na
Chr. hier een tempel die gewijd was aan de hindoegod, Shiva. Deze
god is in het hindoeïsme le ‘dieu destructeur’
(hij vernietigt om daarna een betere wereld te kunnen maken).
Naast Shiva is Brahma ‘le dieu créateur’ en
Visjnoe ‘le dieu qui entretient la création’.
Omdat de Cham van de 4e tot de 7e E. hout in plaats van baksteen
als bouwmateriaal gebruikten, is van deze vroege tempels niets
meer over. De ruïnes en tempels die er nu nog staan, dateren
uit de 7e tot de 13e E. Dit terrein was het culturele en
religieuze centrum van de Cham. In 1898 ontdekten Franse
archeologen onder leiding van Parmentier de tempels. (in dit
museum herkennen we nog meer namen, zoals de naam Claeys,
…) De Fransen begonnen met de restauratie en stuurden de
beelden die ze vonden naar musea in Danang, Hanoi en Saigon.
Tijdens de Vietnamoorlog gebruikte de Viet Cong My Son als basis
(de Maquisards). Om de vijand te verdrijven, bombardeerden de
Amerikanen in 1968 de tempelstad met B-52 bommenwerpers. De
verwoesting was enorm. Van de oorspronkelijke 70 bouwwerken,
bleven er slechts een twintigtal over. Het hele gebied is moeten
ontmijnd worden, … De site is nu erkend door de UNESCO als
‘Universeel Patrimonium van de Mensheid’ en wordt
zelfs vergeleken met Bagan in Myanmar, Borubodur in
Indonesië, en Angkor in Cambodja. Er zijn drie bouwvormen te
onderscheiden. De kalan, het hoofdheiligdom, heeft een vierkante
grondvorm en een torenvormig dak en is gewijd aan Shiva, de
berschermgod van de Cham-koningen. De bibliotheek heeft een
rechthoekige vorm. De mandapa is de zaal waar priesters zich
voorbereidden op de rituelen. De gebouwen zijn opgetrokken in
baksteen, zonder gebruik van specie. Dat ze zo lang hebben stand
gehouden getuigt van het grote bouwkundig inzicht van de Cham. De
tempels zijn door de archeologen in tien groepen ingedeeld en van
een letter voorzien. Een van de belangrijkste groepen is B: Deze
groep bestaat uit een hoofdheiligdom, een bibliotheek en enkele
bijgebouwen. Van de kalan is alleen nog de 1 m hoge zandstenen
basis over. De bakstenen opbouw is verdwenen. In het midden en
enigszins verzonken ligt een lingam, het fallussymbool van Shiva
(zoals we er ook zullen zien in het museum). De bibliotheek was
ook bewaarplaats voor rituele voorwerpen. Het gebouw dateert uit
de 10e E. en verkeert in goede staat. Boven de ramen is een
bas-reliëf met olifanten onder een boom met vogels
aangebracht. Het bootvormige dak zou wijzen op contacten met
zeevarende volkeren uit Indonesië. Dit terrein lig bezaaid
met brokstukken van zuilen. De tempel van groep C dateert uit de
8e E. Dit gebouw had dezelfde functie als de kalan van B, maar
was kleiner. De overige bouwwerken zijn bouwvallig of ingestort.
Bij D gelden de twee mandapa’s als de mooiste voorbeelden
van Cham-bouwkunst. Deze hal uit de 10e E. had vroeger een houten
dak. De hallen doen nu dienst om archeologische vondsten op te
slaan.Op het plein tussen de twee gebouwen staan stèles,
beelden en zuilen. Het geschrift op de stèles lijkt een
beetje op het Birmaans en Maleisisch, … Het complex A
bevatte volgens kenners het mooiste bakstenen gebouw (10e E.) van
heel Azië, maar werd door de Amerikaanse bombardementen
verwoest. Er rest enkel nog een hoop stenen …

Na de lunch maken we een wandeling door Hoi An. Zoals we nu al
weten maakte de streek waarin Hoi An ligt deel uit van het
Champa-koninkrijk. De heerschappij van de Cham over dit gebied
duurde tot de 15e E. Daarna namen uit het noorden oprukkende Viet
de macht over. Vanaf dan ontwikkelde de stad zich tot een haven
van internationale allure, een belangrijk ontmoetingspunt tussen
Oost en West. Japanners uit Nagasaki en Chinezen uit Fukien
stichtten er in de 16e en 17e E. wijken met een eigen bestuur en
wetten uit het land van herkomst. Ze verbleven er op weg van en
naar India. Toen de Japanse regering haar onderdanen verbood naar
het buitenland te reizen (1637), bleven de Japanners weg, maar
werden vervangen door nog meer Chinezen en Portugezen. De meeste
Chinese immigranten waren aanhangers van de afgezette
Ming-vorsten die op de vlucht waren voor de nieuwe
Manchu-dynastie. Hun nakomelingen bouwden in Hoi An
gemeenschapshuizen die nu nog de stad sieren. Portugese
jezuïeten stichtten in 1615 een katholieke missiepost in Hoi
An, de eerste in Vietnam. Tien jaar later nam de Franse priester
en taalgeleerde, Alexandre de Rhodes er zijn intrek. In de 17e en
18e E. groeide de stad uit tot een van de belangrijkste havens en
handelsposten van Zuidoost-Azië. Indiërs, Chinezen,
Thai, Hollanders, Engelsen en Fransen dreven er handel in
porselein, zijde, kruiden, thee, betelnoot en lakwerk. Toen de
riviermond in de 19e E. dichtslibte, betekende dit het einde van
Hoi An als havenstad. Het noordelijk gelegen Danang nam zijn rol
over. We bezoeken een Chinese tempel (de hal van de
Fukiengemeenschap), waar de Chinese gemeenschap van Hoi An haar
voorouders vereert. De hal is gesticht in 1792. In de hal is een
tempel gewijd aan de godin van de zee en beschermheilige van de
zeevarenden, dus ook van de handelaren. Via een poort en een
voorplein bereiken we een toegangspoort met drie ingangen. Overal
worden we herinnerd aan het yin (vrouwelijk) en yang (mannelijk)
principe. De zaal direct achter de ingang van de hal heeft aan
weerskanten muurschilderijen met de verhalen over de godin en
over de Chinese families die op de vlucht slaan voor de
Manchu-keizers. Achter een halfoverdekte binnenplaats (waar
wierookspiralen worden opgehangen met wensbordjes vanwege de
schenkers) ligt de kleurrijke tempel van de godin van de zee en
haar helpers. Tegen de achterwand staat een beeld van de godin.
Het beeld links op de voorgrond stelt een helper voor met een
rood gezicht en de hand achter het oor. Hij kan tot zeer ver
horen. Het beeld aan de rechterkant met het azuurblauwe gezicht
en de hand boven de ogen is van een andere helper: hij die tot
1000 mijl ver kan zien. Als zij merken dat zeelui de hulp van de
godin nodig hebben, dan waarschuwen ze haar. Het achterste
vertrek heeft een altaar met de beelden van de zes familiehoofden
en hun nazaten. De figuur links is de god van de voorspoed.
Rechts staan beelden van twaalf vroedvrouwen met een kind in de
armen. Zij zijn het symbool van de vruchtbaarheid. Kinderloze
echtparen komen hier vaak bidden voor een kind, vooral voor een
zoon ! Na dit bezoek gaan we binnen in een prachtig huis van
Chinese commerçanten. Hier is een tentoonstelling van
keramiek en porselein, maar het is vooral de mooie constructie
van het huis dat onze aandacht trekt. Dit huis was eerst in bezit
van Japanners, maar werd na hun vertrek door rijke Chinese
handelaars gekocht. In het voorhuis (beneden) is een winkelruimte
voorzien, boven een plaats voor de opstapeling van goederen en
het achterhuis diende als woonruimte. Tussen voor-en achterhuis
is een binnenkoer, met een voorziening voor drinkbaar water. Op
weg naar de Japanse brug lopen we even tot aan het water van de
rivier en nemen er foto’s van de overstroming. De 18 meter
lange Japanse brug is een van de weinig overdekte, houten
boogbruggen die in Vietnam bewaard zijn gebleven. De Japanse
gemeenschap bouwde deze brug in Hoi An tussen 1593 en 1596 als
verbinding tussen hun wijk in het westelijke district en de
Chinese gemeenschap in het oostelijke district. De brede doorgang
in het midden was bedoeld voor voetgangers en paarden, de
smallere zijpaden voor de handelaren. De overdekking zorgde
ervoor dat ze hun werk in weer en wind konden doen. Het dak is
versierd met blauwwitte, porseleinen bordjes en bedekt met
authentieke tegels. Twee stenen apen aan de westkant en twee
honden aan de oostkant bewaken de ingangen. Ze symboliseren het
begin van de bouw in het jaar van de aap en de voltooiing in het
jaar van de hond. Op het midden van de brug staat aan de
noordzijde de brugpagode, gewijd aan de ‘draak die de aarde
doet schudden’, een Japanse verwijzing naar de aardbevingen
die het moederland regelmatig teisterden. De tempel dateert
echter uit 1653 en toen hadden de meeste Japanners het land al
verlaten. Hij is in werkelijkheid gebouwd door de Chinese
gemeenschap en is opgedragen aan de koning van het Noorden. In de
pagode staat een beeld van deze vorst, op een schildpad en de
armen ineengevouwen. Aan de westkant van de brug staan prachtige
oude huizen, waarvan de benedenverdieping is ingericht als
souvenirwinkel. Ze verkopen zijde, schilderijen, porseleinen
bordjes en houtsnijwerk. We bezoeken een van die mooie huizen,
een goed onderhouden koopmanshuis Phung Hung, een prachtig
voorbeeld van traditionele bouwkunst met tal van originele
elementen. Het huis heeft 80 pilaren met een marmeren voet,
houten raamschermen en een dak met yin en yangdakpannen. De
vierkante opening in het plafond is gemaakt om bij hoog water
goederen en meubels naar boven te hijsen. En dit gebeurt vaak in
de maanden oktober en november! Het water kan dan makkelijk tot 1
meter hoog komen te staan! Dit huis dateert uit 1680 en wordt
inmiddels door de achtste generatie van deze koopmansfamilie
bewoond. Bij een volgend bezoek komen we terecht in een
zijde-atelier waar we de evolutie zien van de zijderups tot
zijdedraad. De ontwikkeling van de rups verloopt over een
tijdspanne van 3 / 16 / 23 dagen, waarna de rups verder leeft in
de cocon. We onthouden dat uit één cocon 500 à
1000 m draad gesponnen wordt. De werksters in dit atelier
verdienen 100 euro per maand. In dit atelier liet een van onze
medereizigers een maatkostuum in wilde zijde maken tegen een zeer
schappelijke prijs! De volgende morgen werd het kostuum kant en
klaar aan het hotel afgeleverd. Bij onze terugkeer in het hotel,
spreken we af om een frisse duik te nemen in het mooie zwembad.
Algauw is het bad gevuld met de sportievelingen uit de groep De
Muynck! Tijdens het avondeten worden we verrast door een dans- en
muziekoptreden, waarbij vooral de hindoe-dans van een mooie jonge
vrouw ons kan bekoren! Sommigen van onze fotografen maken er
zelfs een knieval voor om ze zo goed mogelijk voor de lens te
vatten!
Vrijdag 4 november: Danang
Vandaag rijden we richting Marmerbergen, gelegen op 10 km ten
zuiden van Danang en 19 km ten noorden van Hoi An. Dit is een
voorspoedige streek. Hier zijn geen bedelaars. De gids vertelt
ons dat humanitaire medewerkers zich het lot van de
straatkinderen aantrekken. We rijden langs de baai van Danang,
‘la Promenade des Américains’ genoemd, omdat de
Amerikanen hier ontscheepten en ook hier hun militaire basis
hadden. Op een bepaalde plaats zien we bunkers boven het water
uitsteken. Hier zijn de rijstvelden ‘aquariums’
geworden voor de viskweek. De Marmerbergen bestaan uit vijf
heuvels, 10 km ten zuiden van Danang. De heuvels waren ooit
eilanden voor de kust, maar door verzanding maken ze nu deel uit
van het vasteland. Deze bergen werden ook de ‘bergen van de
vijf elementen’ genoemd; Iedere heuvel vertegenwoordigt een
element van de kosmos en is daarnaar vernoemd: Hoa Son
(Vuurberg), Moc Son (Houtberg), Kim Son (Goudberg) of
(metaalberg), Tho Son (Aardberg) en Thuy Son (Waterberg). Deze
laatste is de grootste en de bekendste. De marmerbergen danken
hun naam aan de witte, rode en groene marmer dat de heuvels
voortbrengen. In de tijd van de Champa’s bevatten de
grotten op de berg hindoe-heiligdommen. Na de ondergang van dit
rijk, stichtten de Vietnamezen in dezelfde grotten boeddhistische
tempels. De huidige tempels dateren uit de 19e E. Onder een
regenvlaag nemen we de gemarmerde trappen die leiden naar de
grootste en bekendste berg, de Thuy Son. Via 156 treden komen we
aan bij een poort met drie ingangen. Deze poort geeft toegang tot
de Tam-Thaipagode. Keizer Minh Mang bezocht dit heiligdom in 1825
en was zo onder de indruk dat hij de pagode onder zijn
persoonlijke bescherming nam. De pagode is gerestaureerd tussen
1946 en 1975. Opvallend zijn de opschriften met boeddhistische
citaten die voor de ingang van de tempel langs weerszijden zijn
aangebracht. In het interieur staan de vergulde beelden van
Sakyamuni, van Boeddha en van Quan Am, de godin van de
gerechtigheid. De lachende Chinese Boeddha heeft een dikke ronde
buik, niet van té veel te eten, maar omdat hij al het
ongeluk van de wereld in zijn buik meedraagt. (Dit weze een
geruststelling voor de mannen onder het gezelschap die dezelfde
fysische kenmerken vertonen). Sakyamuni, de boddhisatva, is een
boeddha in wording, die zijn leven op aarde nog tracht te
verlengen om nog meer goed te kunnen doen op deze wereld voor hij
het nirwana bereikt. We gaan verder naar een kleine halfopen grot
met een boeddhabeeld. Een doorgang aan de linkerkant van de grot
leidt naar de Huyen Khong, de spectaculairste grot van de
marmerbergen. Stenen beelden van administratieve mandarijnen aan
de linkerkant en militairen aan de rechterkant bewaken de ingang.
De 25 m hoge grot wordt beschenen door gefilterd licht dat door
een opening in het plafond naar binnen stroomt. We zien onder
andere een altaartje met beeldjes tegenover de ingang en een
uitgehakte, zittende boeddha in de rotswand erboven. De grot
diende tijdens de Vietnamoorlog voor de Viet Cong en was tevens
schuilplaats voor het geheel uit vrouwen bestaande
artilleriebataljon, dat in 1972 vanaf de heuvel achttien
Amerikaanse vliegtuigen vernietigde. Even terzijde: de pagoden,
de beelden en de altaren in de grotten worden betaald met giften
van Vietnamezen die als bootvluchtelingen een toevlucht vonden in
het buitenland (vooral Amerika en Europa). Hierna bezoeken we een
marmeratelier met de typische Chinese beelden van de
drieëenheid: Bonheur, Prospérité,
Longévité (geluk, voorspoed, lang leven), maar ook
beelden van Griekse goden (Apollo, Nike), beelden van Christus en
O.L.Vrouw en zelfs van … Manneken Pis! De gids vertelt ons
dat in deze streek 500 families aan marmerbewerking doen. We
bezoeken ook nog het Cham museum in Danang. De École
Française d’Extrême Orient nam in 1915 het
initiatief tot de bouw. Twintig jaar later moest men het museum
door een toevloed aan vondsten uitbreiden en in 1939 werd het
gebouw officieel in gebruik genomen. Dit museum heeft de grootste
verzameling Cham-beeldhouwkunst ter wereld. De collectie telt
meer dan 300 beelden van zandsteen, uit de 7e tot de 15e E., een
tijdvak dat men in twee periodes kan indelen: de beelden uit de
periode van voor de 10e E. met hindoe-invloeden uit India en
Indonesië. In de periode tussen de 10e en de 15e E.
overheersten vooral Kmer-invloeden uit Cambodja. Het museum heeft
een aantal zalen met opengewerkte vensters. Die openheid draagt
zeker bij tot de sfeer van het museum, want het lijkt alsof we de
beelden in openlucht bekijken. We hebben wel wat tegenslag want
een groot aantal beelden bevinden zich momenteel in Parijs voor
een speciale tentoonstelling over de Cham-cultuur. In de
My-Sonzaal (My = mooi, Son = berg), staan topstukken uit het
tempelcomplex van My Son uit de 4e tot de 13e E. Onder andere
beelden van Ganesha, de hindoegod met de olifantskop en van de
godin Uma, de vrouw van Shiva. Verder een Cham-altaar op een
sokkel, met rijk versierde taferelen uit het dagelijkse leven van
de monniken. We zien ook voorstellingen van de lingam, het
mannelijk geslachtsorgaan, symbool van de mannelijke kracht, dat
we ook op de archeologische site zagen. Maar in deze zaal zien we
ook een voorstelling van de Yoni, het vrouwelijk geslachtsorgaan,
symbool van de vruchtbaarheid. In de Tra-Kieuzaal staan beelden
uit de vroegere hoofdstad van het rijk van Champa, de stad
Sinhapura. We zien stenen leeuwen en olifanten en ook Garoeda, de
mythische adelaar en het rijdier van de god Vishnoe. In het
midden van de zaal bevindt zich een altaar met een yoni en
lingam. Op de voet van het altaar staan scènes afgebeeld uit
het hindoe-epos, de Ramayana. De gids wijst ons ook nog op het
beeld van de danseres in de houding van Shiva (zoals de danseres
van de dans- en muziekvoorstelling van gisterenavond). Dit is een
uitbeelding van de harmonie tussen de soepelheid van het lichaam
en de vrouwelijke gratie. Na dit bezoek gaan we lekker lunchen in
het Gaspara-restaurant en we rijden daarna verder naar Hué.
We rijden niet via de ‘Bergpas van de Wolken’, op 496
m hoogte, wegens het slechte weer van vorige dagen, maar door een
6 km lange tunnel die recentelijk gebouwd werd door Franse en
Japanse ingenieurs. Avondmaal en overnachting in Century
Riverside Hotel.
Zaterdag 5 november: Hue

Hué is een middelgrote, sfeervole stad met een rijk
verleden. Van 1802 tot 1945 was de ‘Stad der
Harmonie’ de zetel van keizers van de Nguyen-dynastie.
Hué is de culturele en educatieve hoofdstad van Vietnam.
Behalve een universiteit zijn er twaalf instellingen voor hoger
onderwijs. In de stad zelf zijn de Citadel en de overblijfselen
van de Keizerlijke en Verboden Purperen Stad te bezichtigen.
Buiten Hué liggen enkele interessante pagoden en de
magnifieke tomben van de Nguyen-vorsten. De beste manier om deze
te bereiken is per boot over de Parfumrivier. We varen met een
‘drakenboot’ op deze Parfumrivier. Dit is een prima
gelegenheid om het leven op het water van dichtbij mee te maken.
Haar naam dankt de rivier aan het aangenaam ruikende bos in het
Truong Son gebergte waar de rivier ontspringt. Dit moeten we wel
wat relativeren, want met de huidige vervuiling is de parfumgeur
niet zo waarneembaar! Op het water varen sampans tot de nok toe
gevuld met zand, grind en brandhout of met waren voor de
Dong-Ba-markt. Hoewel veel boten over een motor beschikken,
worden veel sampans ook nog met de hand voortgeboomd. Dat gebeurt
vaak door vrouwen. De mensen hier wonen in hun boten en leven van
visvangst en zandwinning. Internationale Organisaties willen wat
graag deze mensen naar het land doen verhuizen, maar men wil daar
niet op ingaan uit schrik om zo hun kostwinning te verliezen. We
gaan aan land om de Thien-Mu-pagode te bezoeken, een van de
beroemdste van Vietnam. Het boeddhistische heiligdom ligt pal aan
de rivier, op dezelfde oever als de Citadel, 4 km ten westen van
Hué. Nguyen Hoang, de eerste Nguyen-heer die over Hué
regeerde, liet hier in het begin van de 17e E. een tempel bouwen.
Hij zou in opdracht hebben gehandeld van de godin Thien Mu (la
Dame Céleste). Vanaf de oever loopt een steile trap naar de
21 m hoge Phuoc-Duyenstoepa. Deze achthoekige toren werd in 1844
door keizer Thieu Tri gebouwd en geldt als het herkenningsteken
van Hué. De zeven verdiepingen van de spits toelopende toren
zijn gewijd aan een reïncarnatie van Boeddha. Links van de
stoepa staat een paviljoen met een reusachtige klok. Deze in 1710
gegoten klok weegt meer dan twee ton en is tot 10 km ver te
horen. In het gebouwtje rechts staat een stèle uit 1715
boven op een schildpad van marmer. Een poort met drie ingangen
leidt naar een tuin. Links en rechts achter de poort staan
gebouwen met kleurrijke wachters. De Dai-Hungtempel aan het eind
van de tuin heeft een voorportaal met een lachende, bronzen
boeddha. In de tempel staan beelden van de boeddha’s van
heden, verleden en toekomst. Bezoek aan de Keizerlijke site. In
1804 begon keizer Gia Long met de bouw van de Citadel. Daarbij
zette hij duizend dwangarbeiders in. Rond de vesting liet hij een
aarden wal opwerpen. Zijn opvolger versterkte de wal met
bakstenen. Tien poorten gaven toegang tot het complex. De 6 m
hoge en 20 m brede wal ommuurt een gebied van 520 ha. Rond de
muren lopen grachten. De Citadel bestaat uit drie ommuurde
vierkanten. Binnen de muren ligt de Keizerlijke Stad. In deze
stad met paleizen, tempels en tuinen oefende de keizer zijn
openbare functies uit. De ommuurde ruimte binnen de Keizerlijke
Stad is de Verboden Purperen Stad, met de privé-vertrekken
van de keizer. Net binnen de Citadel en voor de muren van de
Keizerlijke Stad staan negen heilige kanonnnen. Keizer Gia Long
gaf in 1803 het bevel om alle bronzen voorwerpen die aan de
Tay-Son-rebellen hadden toebehoord om te smelten tot kanonnen. Ze
werden nooit gebruikt om te schieten, maar zijn de symbolische
berschermheiligen van de Citadel en de Nguyen-dynastie. Tegenover
de ingang van de Keizerlijke Stad staat de drie verdiepingen
tellende vlaggentoren. Tijdens het Tet-offensief (zie inleiding,
nummer 14) wapperde de vlag van de Viet Cong 25 dagen lang vanaf
deze vlaggentoren. In de Keizerlijke Stad oefenden de
Nguyen-keizers hun openbaar ambt uit. Ze hielden er
audiënties en voltrokken de religieuze riten die nodig waren
voor de harmonie tussen hemel en aarde. De stad is omringd door
een hoge muur met vier poorten: de noordelijke Poort van de
Vrede, de oostelijke Poort van de Menselijkheid, de de westelijke
Poort van de Deugd en de zuidelijke Poort van het Middaguur. Deze
laatste, gebouwd in 1833, is de hoofdingang en ligt recht
tegenover de vlaggentoren. Het grote U-vormige bouwwerk heeft
vijf toegangen. De ingang in het midden was vroeger gereserveerd
voor de keizer, de ingangen links en rechts voor de burgerlijke
en militaire mandarijnen. Boven deze poort bevindt zich het
Paviljoen van de Vijf Feniksen. Dit roodgelakt, houten paviljoen
heeft een dak met geglazuurde pannen in verschillende kleuren:
het middengedeelte heeft de keizerlijke kleur geel en het dak
boven de vleugels is groen. Het gebouw heeft twee etages. Bij
belangrijke gebeurtenissen verscheen de keizer op de eerste
verdieping Hij kondigde er het nieuwe maanjaar af en maakte de
geslaagden voor nationale examens voor bestuursambtenaar bekend.
Op deze plaats overhandigde keizer Bao Dai op 30 augustus 1945
zijn zwaard en zegel aan de voorlopige revolutionaire regering
van Ho Chi Minh, wat het einde van het keizerschap betekende. De
tweede verdieping was bestemd voor de moeder en de vrouwen van de
keizer. Vanaf deze zuidelijke poort leidt een brug over een
lotusvijver naar een voorplein met twee terrassen op
verschillende niveaus. Op dit Plein van de Grote Ceremoniën,
kwamen mandarijnen uit alle delen van het rijk samen om de keizer
eer te bewijzen. Mandarijnen met de hoogste rang stonden op het
hooggelegen terras en beambten met een lagere status op het
laagste terras. De linkerkant van het plein was voor de
burgerlijke mandarijnen en de rechterkant voor de militaire
ambtsdragers. Het moet een fantastisch schouwspel geweest zijn,
al die hoogwaardigheidsbekleders in felgekleurde zijden gewaden
(geel voor de keizer, rood of purper voor de mandarijnen in
hoogste rang en groen of blauw voor de mandarijnen in lagere
rang). Op het plein staan twee stenen griffioenen als voorboden
van de vrede. Aan het plein ligt het Paleis van de Opperste
Harmonie (Thai-Hoa), in 1805 gebouwd door keizer Gia Long. Het
gebouw heeft twee daken met gele tegels en een dakrand met
draken. Opvallend in de hal is het woud van tachtig pilaren van
ijzerhout, donkerrood gelakt en met goudkleurige drakenmotieven
versierd. De voornaamste bezienswaardigheid is de vergulde
keizerlijke troon. In het paleis ontving de keizer buitenlandse
afgezanten en andere hoge gasten. Een pad links van het paleis
leidt naar het Hien-Lampaviljoen (Luisterlijk Paviljoen), gewijd
aan hen die het leven gaven voor de stichting van de
Ngyuen-dynastie. Het drie verdiepingen tellende paviljoen geeft
toegang tot een ommuurde binnenplaats. Op deze binnenplaats staan
de negen dynastieke urnen, symbool voor de macht en stabiliteit
van de Nguyen-dynastie. Iedere urn stelt een vorst voor. De
bronzen urnen (2 meter hoog en een gewicht van 2 ton) vormen een
verbluffend staaltje van gietkunst. Op iedere urn staan 17
verschillende afbeeldingen, motieven die variëren van bomen,
planten, dieren en landschappen tot hemellichamen, schepen en
kanonnen. De mooiste urn in het midden is die van Gia Long, de
grondlegger van de dynastie. De tempel tegenover het
Hien-Lampaviljoen aan de overkant van het plein werd in 1821
gebouwd ter nagedachtenis van de overleden Nguyen-vorsten. In de
tempel staan tien altaren. De zeven met goud afgezette altaren
zijn voor de keizers die zich bij de Franse overheersing
neerlegden. De overige drie eenvoudige, roodgelakte altaren
werden in 1959 toegevoegd. Ze herinneren aan de anti-Franse en
opstandige keizers die tijdens de koloniale tijd niet mochten
vereerd worden. Achter deze tempel ligt een heiligdom dat in 1804
werd gebouwd ter ere van de ouders van keizer Gia Long. Het werd
verwoest in 1947 en werd vier jaar later herbouwd. De Verboden
Purperen Stad Achter het Thai-Hoapaleis (Paleis van de Opperste
Harmonie) begint de Verboden Purperen Stad. Hier bevonden zich de
privé-vertrekken van de keizerlijke familie. De stad is
gebouwd in navolging van het hof van de Chinese keizers in Bejing
en weerspiegelt het naar binnen gekeerde karakter van de
Vietnamese keizers. De enige gewone stervelingen die deze stad
mochten betreden waren de eunuch-bedienden. Op het 9 ha grote
terrein, omringd door een bakstenen muur met zeven poorten,
stonden oorspronkelijk meer dan 100 gebouwen. Het westelijk
stadsdeel was gereserveerd voor de harems met de vrouwen en
concubines van de keizer. In het oostelijk deel lagen de
bibliotheek, het theater en de archieven. Dit deel van de Citadel
heeft het zwaarst geleden onder het Tet-offensief en er is
nagenoeg niets meer van overgebleven. Een deel van het terrein is
nu in gebruik als moestuin. Direct achter het Thai-Hoa-paleis
ligt een binnenplaats met twee reusachtige bronzen vazen, gegoten
in de 17e E. Aan de oostkant van de Verboden Stad staat de
bibliotheek die keizer Minh Mang in 1821 liet bouwen. De vorst
kwam hier om te lezen en van zijn rust te genieten. De daken zijn
rijk versierd met beelden van draken en mandarijnen. De
bibliotheek werd in 1907 door de Fransen in brand gestoken, omdat
zij wilden dat alleen Frans of Vietnamees zou gesproken worden
(geen Chinees). Ze werd herbouwd in 1947, maar de geschriften
waren voor altijd verloren! Voor de bibliotheek ligt een
paviljoen naast een fraaie vijver met een miniatuurrotstuin. Dit
liefelijk oord was de verblijfplaats van de koningin Moeder en
heette ‘le bâtiment de longévité’.
Hier hield de koningin haar siësta en luisterde ze, vooral
’s avonds naar muziek of keek ze naar een
marionettentheater. We bemerken een stenen muur als afscheiding,
een paravent om de boze geesten tegen te houden. Bezoek aan de
keizerlijke graven De graven van de keizers van de
Nguyen-dynastie liggen verspreid over heuvels ten zuiden van de
stad. Elke keizer ontwierp zijn eigen grafmonument en liet dit
bouwen op een plaats die met de grootste zorgvuldigheid door
waarzeggers was uitgekozen. Vooral van belang daarbij was dat de
begraafplaats harmonieus in het landschap paste. Deze graven
tonen een duidelijke overeenkomst met de graven van de Chinese
Ming-keizers. De tomben lagen in fraaie tuinen met tempels en
paviljoens en het geheel dienden al tijdens het leven van de
keizer als ontspanningsoord. De grootste en indrukwekkendste van
alle keizerlijke grafmonumenten is het graf van Ming Mang, zoon
van Gia Long en tweede keizer van de Nguyen-dynastie (1820-1841).
Hij heeft het graf zelf ontworpen, maar het werd pas na zijn dood
gebouwd. Alle gebouwen liggen in elkaars verlenging. Na de entree
komen we op de Erehof, met aan weerskanten stenen beelden van
olifanten, paarden, griffioenen en mandarijnen. Ook een beeld van
een ‘eenhoorn’, hier een leeuw met drakenkop, symbool
van de trouw en toewijding van de mandarijnen tegenover hun
keizer. Via een trap met een fraaie leuning bereiken we het
paviljoen van de Stèle. De insciptie op deze stèle
houdt de herinnering aan keizer Minh Mang hoog. Achter het
paviljoen leiden vier terrassen en een poort naar een
binnenplaats. Het gebouw tegenover de poort is de tempel van de
Oneindige Schoonheid, gewijd aan de keizer en zijn eerste
echtgenote. Achter in de tempel staat het altaar met de
begrafenistabletten van de keizer en de keizerin. Aan de
achterkant van de tempel lopen drie stenen bruggen over het Meer
van de Onberispelijke Helderheid. Alleen de keizer mocht de
middelste brug betreden. Het paviljoen op de top van een lage
heuvel was de plek waar de keizer van het uitzicht en de frisse
lucht kwam genieten. Achter het paviljoen leidt een brug over het
Meer van de Nieuwe Maan naar de keizerlijke tombe. Het door een
muur omringde graf is niet voor publiek toegankelijk. Onze gids
vertelt ook nog dat deze keizer 500 concubines had en hij in een
periode van grote droogte 200 ervan wandelen stuurde omdat hij
dacht dat er een overwicht was van Yin (warmte) . Hij had 74
zonen en 68 dochters. Hij was zeer gezond en krachtig. Hij had
dan ook zeer goede dokters die voor hem een soort likeur
bereidden (een afrodisiacum). De koning werd begraven met zijn
mooiste kleren aan en met heel veel waardevolle voorwerpen. Zijn
graf werd door slaven uitgegraven, die daarna gedood werden
(meestal misdadigers, die sowieso de doodstraf kregen en dit nu
als een hele eer beschouwden om voor de keizer te mogen sterven).
Hier wordt niet aan grafschennis gedaan uit eerbied voor de
vooroudercultuur. Het is ook zo dat de hele bevolking die hier
woont ergens nakomeling zijn van de keizer. Zo ook onze gids, van
wie de overgrootvader langs moeders kant de 52ste prins was, een
van de 74 zonen van keizer Minh Mang. Nog net voor de avond valt
gaan we de tombe van Khai Dinh bezoeken. Hij was de voorlaatste
keizer van de Nguyen-dynastie. In tegenstelling tot zijn
voorgangers zag hij de Franse overheersing als een voldongen
feit. Daarom streefde hij tijdens zijn regering (1916-1925) naar
een samengaan van Europese en Vietnamese waarden en normen. Hij
was een marionettenkoning onder de Franse koloniale regering. De
tombe van Khai Dinh vertoont grote verschillen met de andere
grafmonumenten. Het bouwmateriaal bestaat niet uit baksteen maar
is van gewapend beton. De stijl is een merkwaardige mengeling van
Vietnamese en Europese elementen. De begraafplaats is gebouwd op
de helling van een heuvel en harmonieert niet met het omliggende
landschap. Drie trappen, gescheiden door leuningen met draken,
leiden naar een binnenplaats met twee paviljoens. Van daaruit
gaan treden naar de Erehof, met aan weerszijden rijen stenen
beelden van paarden, olifanten en mandarijnen. Het achthoekige
gebouwtje achter in het midden is het Paviljoen van de
Stèle. Op de massief marmeren stèle staat een
inscriptie van Bao dai, waarin deze de zegen voor zijn
voorgangers afsmeekt. Op het hoogste niveau ligt het
Thien-Dinhpaleis. Het bestaat uit drie zalen. De muren en
plafonds van de eerste zaal zijn bedekt met mozaïek van
stukjes glas en porselein, met als voornaamste motief bloemen uit
de vier jaargetijden (abrikozen voor de lente, lotussen voor de
zomer, chrysanten voor de herfst en bamboe voor de winter). Op
een platform in de tweede zaal, onder een vierkante parasol
versierd met keramiek, bevindt zich het vergulde beeld van Khai
Dinh. Het beeld is in 1922 in Marseille gegoten en toont de
keizer op ware grootte. Diep onder het platform ligt het
stoffelijk overschot van de vorst. Dit beeld was een geschenk van
de Fransen. Khai Dinh was in 1921 bij de Fransen om geld gaan
vragen voor de bouw van zijn graftombe, maar de Franse schatkist
was leeg na WO1. Hij heeft dan wel geld gekregen van Cambodja,
waarvoor enorme belastingen door de bevolking moesten betaald
worden. De derde zaal is voor de verering van Khai Dinh.
Zondag 6 november: Saigon
Om 8 u 40 is onze vlucht naar Ho Chi Minh-stad. Men zegt nog
steeds ‘Saigon’ omdat dit beter uit te spreken valt!
De stad telt zeven miljoen inwoners. Dit is de grootste en
drukste stad van het land. Hier zijn de snelle veranderingen die
de Vietnamese samenleving ondergaat, het best waarneembaar. In de
stad heerst een enorme bedrijvigheid. Overal schieten hoge
gebouwen uit de grond en in winkels en op markten wordt druk
handel gevoerd. Ho Chi Minh-stad, aan de oever van de rivier de
Saigon, is het commerciele en industriële hart van het land.
Er zijn ijzer-en staalfabrieken, chemische industriën,
scheepswerven, papier-en houtverwerkende industrieën en er
staat een olieraffinaderij. De stad is het voornaamste
concentratiepunt voor buitenlands kapitaal. De architectuur is
een mengeling van oud en nieuw. Naast moderne betonnen hoogbouw
staan monumentale neoklassieke gebouwen en hotels uit de
koloniale tijd. Het verkeer is een heksenketel, vooral tijdens de
spitsuren. Een onafzienbare colonne fietsers, motoren en
cyclo’s zorgt dan voor grote verkeersopstoppingen.
Auto’s zijn nog in de minderheid, maar zijn in opkomst. De
stad heeft universiteiten en hogescholen, een conservatorium, een
kunstacademie en verscheidene musea. De plek waar Ho Chi
Minh-stad is gevestigd maakte ooit deel uit van het Khmer-rijk
van Cambodja. In de 11e en 12e E. lag op deze locatie een
nederzetting die dienst deed als haven voor het koninkrijk
Angkor. Onder de vorsten van de Nguyen-dynastie werd Saigon een
belangrijke rivierhaven. In 1778 kreeg de stad een nieuwe impuls
toen Chinese kooplui die zich in de delta gevestigd hadden,
massaal naar de westkant van Saigon trokken. Zo ontstond Cholon,
de Chinese wijk die met Saigon zou uitgroeien tot een dubbelstad.
Aan het eind van de 18e E. veroverde Nguyen Ahn, de latere keizer
Gia Long Saigon op de Tay-Son rebellen. Hij bracht de stad tot
ontwikkeling en maakte er een handelscentrum van. In 1859 namen
Franse troepen Saigon in. Drie jaar later riep Frankrijk Saigon
uit tot de hoofdstad van Cochin-China. Ze waren van plan van
Saigon een moderne metropool te maken. Door de Europese stijl van
bouwen en de brede lanen met hoge bomen kreeg de stad het aanzien
van een Franse provinciestad. Met de val van Dien Bien Phu in
1954 kwam een einde aan het Franse kolonialisme. Het land werd in
tweeën gedeeld, met Saigon als hoofdstad van de Zuidelijke
Republiek van Vietnam Tijdens de Vietnamoorlog was Saigon het
hoofdkwartier van de Amerikaanse strijdkrachten. Op 30 april 1975
viel Saigon in handen van het Noord-Vietnamese leger. De val
luidde een periode van economische malaise in. De omschakeling
naar een socialistische planeconomie betekende de doodsteek voor
de stad. De actie tegen het kapitalisme leidde in 1979 tot een
massale exodus van Vietnamezen van Chinese afkomst. Voor de
regering was deze rampzalige economische ontwikkeling reden om
het roer om te gooien. Van deze koerswijziging, Doi Moi (zie
inleiding, punt 19), heeft Saigon de meeste vruchten geplukt.
Behalve toeristen bezoeken zakenlui uit Oost en West de stad om
contracten af te sluiten en investeringen te doen. Reclameborden
voor de nieuwste elektronische apparaten hebben de plaats
ingenomen van revolutionaire slogans. Meisjes en jonge vrouwen
hebben het traditionele broekpak, de ao dai, ingeruild voor jeans
en minirok en doorkruisen de stad op kleine Honda’s,
hét nieuwe statussymbool. Op weg naar ons hotel, rijden we
voorbij het Paleis van de hereniging. Dit paleis staat op de
plaats van residentie van de vroegere Franse gouverneur-generaal
voor Indo-China, in 1868 in gebruik genomen en bekend als het
Norodompaleis. In 1954 droegen de Fransen het paleis over aan de
regering van Zuid-Vietnam. Het werd omgedoopt tot Hal van de
Onafhankelijkheid en kreeg de functie van presidentieel paleis.
In 1962 liep het gebouw zware schade op toen een naar de Viet
Cong overgelopen piloot van de Zuid-Vietnamese luchtmacht het
paleis bombardeerde. De regering liet tussen 1963-1966 op
dezelfde plek een compleet nieuw paleis bouwen. In de vroege
ochtend van 30 april 1975 ramde een tank van het Noord-Vietnamese
leger de gietijzeren hoofdpoort, waarna een soldaat het gebouw
binnenging en de op het balkon van de vierde verdieping de Viet
Congvlag ontvouwde. We bezoeken het Bao Tang Museum. Dit gebouw
werd opgetrokken in 1929 in Franse stijl als ‘Musée
Blanchard de la Brosse’ en in 1956 omgedoopt tot Nationaal
museum van Saigon. Hier zien we Vietnamese kunst: wijnkruiken van
de minderheden, keramiek van de 11e tot de 19e E., mooi
inlegwerk, vazen en kandelaars, houten beelden uit de 4e tot de
6e E. Ook moderne schilderijen. Hierna bezoeken we nog een
lakwerkatelier, bekend voor zijn bijzondere kwaliteit. En vandaar
nog naar een Chinese tempel, de Thien-Haupagode. De pagode
dateert uit de eerste helft van de 19e E. gebouwd door de
Kantonese gemeenschap van Cholon. Het goed onderhouden heiligdom
is opgedragen aan Thien Hau, ‘la dame Céleste’,
de taoïstische godin van de zee en de beschermheilige van
vissers en zeevarenden. (zie de Chinese tempel in Hoi An)
Toegangspoort en binnenplaatsen zijn aan de bovenzijde versierd
met veelkleurige keramische beelden, die de geschiedenis van
China verhalen uit de 3e, 2e en 1e E. voor Chr. De Chinezen zijn
vanuit vijf streken naar Zuid-Vietnam geëmigreerd (o.a.
vanuit Kanton) en iedere groep vertegenwoordigde hier een andere
handelsactiviteit, zoals Kanton voor specerijen. Anderen voor de
productie van rijst en leder, nog anderen voor de export en
import van goederen en nog anderen voor de winkels van
voedingswaren. Direct na de toegangspoort staan verbrandingsovens
voor het offeren van papiergeld voor de overledenen. De
wierookspiralen die aan het dak hangen, kunnen maximaal een maand
lang onafgebroken branden. Boven de binnenkant van de
toegangspoort is een afbeelding te zien van Thien Hau die
zeelieden in nood beschermt. Achter in de tempel zijn nissen met
beelden van de godin. Een uitzonderlijke ervaring is het bezoek
aan de Binh-Taymarkt, het grootste marktcomplex van Cholon. Een
arme Chinees die rijk geworden is door het verzamelen van flessen
met het doel ze te recycleren, kocht in 1928 het terrein waar nu
deze markt is. De markt bestaat uit een gigantische overdekte hal
met tal van winkeltjes en kraampjes, gegroepeerd rond een
binnenplaats; De markt is ingedeeld in afdelingen met eigen
specialiteiten. Er zijn onder andere afdelingen met geconfijte
vruchten en noten, wierookstokjes, gedroogde paddestoelen,
keukengerei, stoffen, kleding, cake en snoep. Deze markt omvat
naast detailhandel ook groothandel en maakt een heel bedrijvige
indruk. Vooraleer naar het hotel terug te keren, maken we nog een
wandeling naar de kathedraal Notre Dame. De uit rode baksteen
opgetrokken kathedraal ligt ten noorden van Hôtel de Ville.
Volgens de gevelsteen dateert dit neo-romaanse bouwwerk uit 1880.
Aan weerszijden van de hoofdingang verrijzen 40 m hoge, vierkante
torens, met ijzeren spitsen. Op een pleintje met bankjes voor de
ingang, staat een beeld van de Heilige Maagd. Hier staat
opvallend veel volk naar de Onze Lieve Vrouw te kijken! In de
krant lazen we namelijk dat op maandag 31 oktober 2005 in Ho Chi
Minh-City 73 personen opgepakt werden omwille van het verkopen
van foto’s van de ‘wenende’ Maagd Maria. De
verkoop van deze foto’s had grote verkeersopstoppingen
teweeg gebracht en samenscholingen waarbij allerlei voorwerpen,
zoals halssnoeren en gsm’s werden gestolen. De 73 verkopers
werden veroordeeld tot het betalen van een boete tussen de 1,5 en
5 miljoen dongs (aldus ‘Le Courrier du Vietnam van woensdag
2 november 2005) Naast de kathedraal staat het imposante
hoofdpostkantoor. Het werd tussen 1886 en 1891 gebouwd en is een
goed voorbeeld van de Franse bouwstijl rond de eeuwwisseling.
Binnen valt het dak van staal en glas op, in de vorm van een
halve cilinder. Tegen de achterwand is een groot portret van Ho
Chi Minh aangebracht. ’s Avonds maken we een bootcruise op
de Saigon rivier met avondmaal aan boord.
Maandag 7 november: Cu Chi
Vandaag bezoeken we de oorlogssite met de tunnels van Cu Chi, op
ongeveer 35 km ten noordwesten van Ho Chi Minh-stad. Dit is een
gigantisch ondergronds tunnelcomplex dat tijdens de Vietnamoorlog
diende als schuilplaats voor de Viet Cong. De eerste tunnels
werden hier aan het eind van de jaren veertig door de Viet Minh
gegraven en in de strijd tegen de Fransen gebruikt. De Viet Cong
breidde het tunnelstelsel uit tot een netwerk van 250 km. Er
verrees een complete ondergrondse stad, met woon- en
slaapvertrekken, opslagplaatsen, commandoposten, keukens en
operatiekamers. Er waren drie niveaus. De vertrekken op het
hoogste niveau waren door lagergelegen tunnels met elkaar
verbonden. Het laagste niveau diende vooral als vluchtroute en
had een uitgang naar de rivier. Het district Cu Chi was van grote
strategische waarde. Van hieruit infiltreerden commando-eenheden
van de Viet Cong in Saigon om er sabotage te plegen. Om daaraan
een einde te maken, besloten de Amerikanen om een militaire basis
in het gebied te vestigen. Zonder het te weten bouwden ze de
basis voor de 25e infanteriedivisie boven het tunnelcomplex en
gaven ze de Viet Cong de gelegenheid om ’s nachts
verrassingsaanvallen op het kamp uit te voeren. Nadat de
Amerikanen de tunnels ontdekt hadden begonnen ze een
tegenoffensief. Het gebied werd bestookt met
ontbladeringsmiddelen, napalm en bommen. Cu Chi werd de zwaarst
gebombardeerde streek van Vietnam. Slechts 40 % van de Vietcong
overleefde de bombardementen. In het bezoekerscentrum krijgen we
uitleg over het tunnelcomplex aan de hand van een
overzichtskaart. Er zijn foto’s, wapens, graafwerktuigen en
mijnen te zien. Authentieke filmopnames tonen het leven onder de
grond. Tijdens een rondgang op het terrein blijkt hoe goed de
ingangen van de tunnels gecamoufleerd zijn. Pas nadat de gids wat
zand en bladeren verwijderd heeft, wordt een luik zichtbaar, de
grootte van een vierkante tegel, waarin hij in een mum van tijd
verdwijnt.

We mogen zelf ook es in een tunnel afdalen, die weliswaar aan de
grootte van de toerist is aangepast. Het is een enge ervaring; we
kruipen op handen en voeten door de bloedhete en benauwde gangen
en sommigen onder ons geraken er haast niet door! Verder op het
terrein zijn een operatieruimte, een voorraadkamer, een
commandopost en een Dien Bien Phu-keuken nagebootst. Het unieke
van deze keuken was dat de rook via een ingenieus systeem naar
een plek honderden meters verderop werd afgevoerd. Andere
herinneringen aan de oorlog zijn booby-traps, zoals een
klaprooster met scherpe bamboesperen en een buitgemaakte
Amerikaanse tank. Na dit beklemmend bezoek krijgen we een kopje
thee en hapjes van maniok met gezouten en geplette pindanootjes.
Hier maken we kennis met drie oude Viet Congs die de gruwel van
de oorlog overleefd hebben. Ze willen wel graag op de foto staan!
Van hieruit rijden we naar Tay Ninh, de hoofdstad van de
gelijknamige provincie op 96 km ten noordwesten van Ho Chi
Minh-stad. Deze provincie aan de grens met Cambodja was tijdens
de eerste Indo-Chinese oorlog (zie inleiding, nummer 9) een
belangrijke antikoloniale verzetshaard. Het stadje is sinds 1927
vestigingsplaats van de Heilige Stoel van het caodaïsme, een
godsdienst die alleen in Vietnam voorkomt. We bezoeken de Grote
Tempel van de Cao Dai, een van de meest bizarre gebedshuizen ter
wereld. De architectuur houdt het midden tussen een Europese
kerk, een Chinese tempel, een Vietnamese pagode en een moskee.
Voor de tempel ligt een grote open vlakte. Het geel gepleisterde
gebouw heeft twee vierkante torens en aan de lange zijden een
zuilengalerij. Boven de hoofdingang prijkt het alziend oog, het
symbool voor god en het caodaïsme. Bij het betreden van de
tempel laten we onze schoenen achter. In het voorportaal is een
muurschildering te zien met daarop de Franse schrijver Victor
Hugo die het motto van de Cao Dai opschrijft: Dieu et
Humanité, Amour et Justice. Het interieur is nog bonter dan
de buitenkant. Twee rijen roze pilaren zijn versierd met groene
draken en verdelen de hal in de lengte in drieën. Het blauwe
dak met wolken en sterren symboliseert de hemel. De opengewerkte
vensters hebben in het midden een driehoek met het alziend oog.
Achter in de hal bevinden zich het altaar en de wereldbol, het
symbool voor het universum. Een scherm toont de afbeeldingen van
de voormannen van de godsdiensten waarop het caodaïsme is
gebaseerd: Lao Tse, Confucius, Jezus en Boeddha. Voor de dienst
verkleden de priesters zich. De kleur van de kleding
vertegenwoordigt een van de drie Chinese religies: geel staat
voor boeddhisme, rood voor confucianisme en azuurblauw voor
taoïsme. Novicen en leken dragen witte kleding.
Aartsbisschop en bisschop dragen een ronde platte hoed, priesters
een hoge fez, novicen een mijter en leken een zwart petje. Er
zijn dagelijks vier gebedsdiensten, om 6, 12, 18 en 24 uur. Wij
volgen die van 12 uur. Als de dienst begint worden de bezoekers
naar het balkon op de eerste verdieping geleid. Hier zitten ook
de muzikanten. Dan komen de priesters en leken de tempel binnen,
de mannen rechts, de vrouwen links. De twee geslachten
vertegenwoordigen de tegengestelde principes van yin (vrouwelijk)
en yang (mannelijk). De tempelvloer heeft negen niveaus en
priesters en aanhang nemen plaats volgens de hiërarchie: de
hoogste geestelijken op het hoogste niveau en dichtst bij het
altaar en de leken op het laagste niveau bij de ingang. Hierna
gaan we lunchen en maken een typische tropische stortvlaag mee,
die meteen hele straten onder water zet. Bij de terugkeer houden
we nog een fotostop bij een bakstenenfabriek en het valt ons op
hoe vrouwen hier het zware werk verrichten, o.a. het stapelen van
bakstenen op paletten! We stoppen ook bij een rubberplantage. Nog
voor het avondmaal gaan we naar de Ben-Thanhmarkt, in het hart
van centraal Saigon. De grotendeels overdekte markt werd in 1914
gebouwd en stond bekend als de Hallen; De markt beslaat een
oppervlakte van meer dan 1 ha. Te koop zijn de meest
uiteenlopende goederen, variërend van groente en fruit,
vlees en vis, tot kleding en schoeisel, lingerie, parfum,
huishoudelijke artikelen en elektronica. Hier koopt een van onze
medereizigers een Louis Vuittonhandtas aan een zéér
schappelijke prijs.
Dinsdag 8 november: Can Tho
Vandaag staat een uitstap naar de Mekongdelta op het programma.
Onderweg nemen we foto’s van een lotuskwekerij en van
rijstvelden, waar vrouwen tot aan hun enkels in het water rijst
aan het planten zijn. De Mekongdelta is één grote
vlakte met rijstvelden. Door het vruchtbare slib van de Mekong
kon het gebied uitgroeien tot de graanschuur van het land. Door
verbeterde irrigatie, veredeling van de gewassen en vooral door
privatisering van de landbouw is de rijstproductie gigantisch
toegenomen. Nu is het land zelfs de op een na grootste
rijstexporteur van de wereld, na Thailand. Ook andere
landbouwproducten gedijen er goed: fruit, maïs, ananas,
suikerriet, kokosnoten, sojabonen, pinda’s en tabak. De
delta is een van de dichtst bevolkte streken van het land. De
bewoners zijn Vietnamezen, Chinezen, Khmer en Cham. Ze zijn
aanhanger van het boeddhisme, het katholiscisme, de islam en het
caodaïsme.

De boottocht door het landelijk gebied van de Mekongdelta is een
van de hoogtepunten van ons bezoek aan het zuiden van Vietnam. De
boot gaat eerst door brede en druk bevaren kanalen. Waterwegen
zijn in deze streek de belangrijkste verkeersaders. Naast
motorboten varen er heel wat roeibootjes. Opvallend is dat de
roeiers de roeispanen staande bedienen en de boot als het ware
voortduwen. De bootjes vervoeren van alles, van groente en fruit
tot zand, meubilair en doodskisten. Na een twintigtal minuten
varen, gaan we aan land, waar we genieten van een kopje thee en
exotisch fruit: superverse ananas, papaya, drakenfruit,
mini-banaantjes, longane (kleine lichi’s), sapotille (met
het uitzicht van een peer, maar met een grote noot vanbinnen) en
dit onder het gezang (met soort vioolbegeleiding) van enkele
plaatselijke schonen. Hier kunnen de stoere binken onder het
gezelschap zich laten fotograferen met een pythonslang in hun
hals! We stappen een eindje door een tropisch landschap met
palmbomen en komen bij een plaats waar cocossnoepjes gemaakt
worden. Het is alweer proeven … en kopen! Nog wat verder
komen we voorbij een bijenkwekerij, waar men ons thee met honing
serveert (gemaakt van de longanebloemen) + het sap van een
cumquat (kleine limoentjes) We stappen met z’n tweeën
over in kleine bootjes en varen nu door smalle kanaaltjes en een
pittoresk tropisch landschap met palmen die tot in het water
groeien. Langs de waterkant liggen kleine nederzettingen. De
bewoners hebben de oevers met elkaar verbonden door middel van
steile apebruggetjes. We stappen terug over in onze grotere boot
en voor wie nu nog honger of dorst heeft, is er nog cocosmelk
tijdens de terugvaart. Tijdens de lunch in het visrestaurant eten
we Olifantenoorvis, die ons door een serveerster in rijstpapier
wordt aangeboden, en verse krab en grote scampi’s, …
een waar festijn! Als we goed en wel op de bus zitten gaan de
hemelsluizen open en komt het water met bakken uit de hemel
gevallen. Het blijft regenen tot we in ons hotel aankomen.
Ondertussen hebben we een uurlang geduldig aangeschoven om de
veerbak te nemen die ons aan de overkant van de rivier brengt om
uiteindelijk in Can Tho te geraken, waar we overnachten in het
mooie Victoria Can Tho hotel! Diezelfde avond bedanken we Karel
en Lutgarde voor de puike organisatie van deze reis.
Woensdag 9 november: Saigon - Paris - Ieper -
Brugge
We vertrekken onder een stralende hemel om met een boot op de
Han-rivier de drijvende markt van Cai Rang te bezoeken. Hier
heerst een drukke bedrijvigheid van kopen en verkopen. Leuk om
zien is dat sommigen een soort vlaggenstok op hun boot plaatsen
waarop alle producten die te koop aangeboden worden, zijn
voorgesteld! Langs de oever zien we hoe de mensen leven en
werken. Na nog een bezoek aan een rijstpellerij, vatten we de
terugweg aan. We moeten dit keer niet lang wachten voor we aan de
overkant van de rivier geraken. Op de terugkeer nemen we nog een
laatste foto van de nieuwe brug over de Thien de My. En vooraleer
we het hotel verlaten om de terugweg aan te vatten naar Ho Chi
Minh-stad, wordt nog een groepsfoto genomen. We middagmalen
opnieuw in het visrestaurant en krijgen voor de laatste keer een
uitgebreid aanbod van lekkere hapjes op zijn Vietnamees. Dan gaat
het richting Ho Chi Minh-stad, waar we nog een soepje verorberen
voor we naar de luchthaven vertrekken. Dit is ook het moment om
van onze gids afscheid te nemen. We doen dit onder de vorm van
een dankwoordje. Op de volgende bladzijde vindt u deze aangepaste
Franse versie van het dankwoord aan Karel en Lutgarde. We
eindigen dit verslag met een laatste anekdote. Wanneer we op de
bus zijn richting Ho Chi Minh-stad, wil een van onze
medereizigers zich al op z’n Belgisch kleden in het
vooruitzicht van de aankomst in Parijs. Daarvoor komt hij bij het
binnenrijden van de stad heel voorzichtig naar achter gekropen in
de bus om zich discreet om te kleden. De lange broek aantrekken
is geen probleem, maar het hemd aandoen draait heel verkeerd uit!
Onze vriend slaagt er in het kledingstuk zo over het hoofd te
trekken dat de knopen achteraan komen te zitten. Als hij zich
eenmaal bewust is van deze toestand, breekt het zweet hem langs
alle kanten uit en geraakt hij verstrikt in het ding dat hij niet
meer terug over zijn hoofd krijgt. Ondertussen hebben alle
medereizigers het euvel in de gaten gekregen en beginnen hardop
te lachen. En … wat in alle discretie moest gebeuren, wordt
een publieke vertoning!
Met dank aan Josianne, en Valère
Laatst bijgewerkt door: filip op dinsdag, december 21,
2004 - 20:52 - reageer
Schrijf een bericht in
het gastenboek.
Bekijk hier mijn gastenboek.